Artikel 4.3 van de Verordening regelt dat ondersteuning bij een gestructureerd huishouden betrekking kan hebben op:
het aanbrengen van structuur door de cliënt, regie voeren over de dagelijkse bezigheden, zelf regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken;
gebruik maken van het eigen probleemoplossend vermogen van de cliënt;
het realiseren van een schoon en leefbaar huis;
de noodzakelijke bereiding van maaltijden;
het aanwezig zijn van gewassen, opgevouwen en gestreken kleding;
de noodzakelijke verzorging van kinderen die tot de leefeenheid behoren.
Voorafgaand aan het toekennen van ondersteuning hierbij beoordeelt het college of er andere mogelijkheden zijn om het probleem van de cliënt op te lossen.
In deze paragraaf wordt uitgewerkt wat onder de verschillende ondersteuning in dit kader wordt verstaan, wat gebruikelijke hulp is en welke andere voorliggende al dan niet gebruikelijke voorzieningen er zijn om problemen op te lossen bij het uitvoeren van het huishouden.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.2.1