Bij toekenning van ondersteuning bij het huishouden als voor regievoering, ondersteuning bij het realiseren van een schoon en leefbaar huis en andere resultaten die hier worden genoemd is er een onderverdeling in HH 1 en HH2. Deze onderverdeling is afkomstig uit het bestek voor de aanbesteding van hulp bij het huishouden en heeft betrekking op de aard en zwaarte van de benodigde hulp in een individueel geval. Een (tijdelijke) maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij het voeren van een gestructureerd huishouden kan, al naar gelang van het resultaat waar het om gaat, bestaan uit:
HH 1: Hulp bij het huishouden:
huishoudelijk werk, zoals: stofzuigen, reinigen van badkamer, toilet en keuken, kamers opruimen, stof afnemen, bedden opmaken, afhalen en verschonen, opruimen huishoudelijk afval;
ramen zemen aan de binnenzijde;
kleding en linnengoed wassen;
indien medisch noodzakelijk het strijken van bovenkleding;
boodschappen doen voor het dagelijks leven, indien hiervoor geen voorliggende voorziening mogelijk is;
actief opmerken van veranderingen en/of bijzonderheden in bijvoorbeeld de gezondheid en sociale situatie en van behoefte aan meer of andere ondersteuning en dit communiceren via de contactpersoon van de aanbieder naar het Wmo taakveld bij de gemeente. Voorbeelden zijn: het signaleren van onveilige situaties en knelpunten in het huishouden en eventuele veranderingen in de wijze waarop de klant in staat is tot het voeren van zijn eigen huishouden (zoals bedorven eten in de koelkast; niet opengemaakte post; verwaarlozing). Signalen worden besproken met de cliënt en doorgegeven aan de contactpersoon in de eigen organisatie, die de signalen doorgeeft aan het Wmo taakveld.
HH 2: Hulp bij het huishouden 2: huishoudelijke werkzaamheden
Het gaat bij HH2 om de activiteiten van HH1, aangevuld met activiteiten in het kader van organisatie van het huishouden:
zorg voor voeding (voorbereiden, serveren, afwassen, opruimen, aanreiken van de maaltijd);
opvang en/of verzorging van jonge kinderen tot 12 jaar, wanneer hier geen voorliggende voorziening voor mogelijk is;
dagelijkse organisatie van het huishouden;
adviseren en/of verwijzen – zo mogelijk activeren;
actief handelen naar aanleiding van signalen;
advies, instructie en voorlichting over huishoudelijk werk.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.2.10