Naar hoofdinhoud
Deze verordening verstaat onder: Sociale huurwoning: een huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder d van het Besluit ruimtelijke ordening. Sociale koopwoning laag: een koopwoning met een koopprijs vrij op naam (VON) van ten hoogste € 260.000,- die in aanmerking komt voor een lagere sociale grondprijs per m2 die is vastgelegd in de geldende gemeentelijke Notitie grondprijzen. Deze koopprijsgrens kan worden aangepast door het college van burgemeester en wethouders. Sociale koopwoning hoog: een koopwoning met een koopprijs vrij op naam (VON) tussen € 260.000,- en € 320.000,-, waarvan de grondkosten worden bepaald overeenkomstig de geldende gemeentelijke Notitie grondprijzen. Deze koopprijsgrens kan worden aangepast door het college van burgemeester en wethouders. Geliberaliseerde woning voor middenhuur: een huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder j van het Besluit ruimtelijke ordening met ten hoogste een aanvangshuurprijs van € 1.000,- per maand. Gemeentelijke indexering van deze maximale huurprijsgrens vindt plaats door het college van burgemeester en wethouders aan de hand van de Consumenten Prijs Index (CPI) van het CBS, vanaf 1 januari 2022 (jaarmutatie). Grondgebonden woning: woning die rechtstreeks toegankelijk is op straatniveau en waarvan één van de bouwlagen aansluit op het maaiveld. Grondgebonden woningen hebben altijd een terras en/of een tuin. Onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke niet door één persoon of één huishouden kan worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte (zoals een eigen voordeur, keuken, toilet en badkamer), welke voorzieningen gedeeld worden met anderen, met uitzondering van een kamer in een verzorgings- of verpleeghuis. Gebruiksoppervlakte: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580, hierna te noemen gbo, is de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik. Huishouden: een huishouden, bestaande uit een natuurlijk persoon en zijn niet duurzaam gescheiden echtgenoot of geregistreerd partner, of degene die met hem een gezamenlijke huishouding voert of zal gaan voeren in de te huren of aan te kopen woning, niet zijnde kinderen of pleegkinderen zoals bedoeld in artikel 4 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Rechtspraak bij dit artikel