De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan in de volgende gevallen:
het toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben;
het verwerken van kaderstellend beleid waarover na inwerkingtreding van onderhavige regeling door de gemeenteraad is besloten, indien de gemeenteraad bij vaststelling van dat beleid akkoord is gegaan met uitwerking van het betreffende beleid door het college;
het opnemen van onherroepelijke omgevingsvergunningen in het omgevingsplan;
het wijzigen van het omgevingsplan aan gewijzigde wet- en regelgeving van het Rijk en/of provincie voor zover hier geen beleidsvrijheid is toegekend;
het corrigeren van verschrijvingen en verwijzingen in het omgevingsplan;
het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten;
het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal in het omgevingsplan worden opgenomen;
het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels;
het vragen van ontheffingen van de bepalingen in de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel 2017 dan wel de opvolger daarvan.
Het wijzigen van het omgevingsplan voor een plan dat volledig in lijn is met een wijzigingsbevoegdheid uit het voormalige bestemmingsplan/omgevingsplan van rechtswege;
Het terzijde stellen van bestemmingen uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan, door voorrangsregels in het definitieve deel van het omgevingsplan op te nemen.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Delegatie artikel 2.8 Omgevingswet
Onderdeel van Delegatie- en mandaatstatuut gemeenteraad Dalfsen 2021