Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.6

Geluid 4.6.1 Geluidproductie

Onderdeel van Uitvoeringsbeleid evenementen Eersel 2021

Tijdens evenementen ontstaat in meer of mindere mate geluidshinder voor de omgeving. Dit is onvermijdelijk en tot op een zekere hoogte aanvaardbaar, omdat festiviteiten bij het dorpsleven en de leefbaarheid horen en de geluidshinder beperkt is tot een aantal dagen per jaar. De basis hiervoor is artikel 4:6 van de APV. Om de overlast binnen de perken te houden worden geluidsnormen opgelegd. Gedurende het evenement moet de organisator alles in het werk stellen om geluidsoverlast tot een minimum te beperken. Bij geluidsproductie wordt onderscheid gemaakt tussen inpandige activiteiten en buitenactiviteiten. Een buitenactiviteit vindt plaats in de openlucht, in een tent, onder een overkapping of een ander bouwsel wat niet of nauwelijks geluid absorbeert. Als evenementen tegelijkertijd zowel inpandig als buiten gevierd worden gaan de geluidsnormen voor buitenactiviteiten boven de geluidsnormen voor inpandige activiteiten. De metingen moeten uitgevoerd worden conform de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”. Bij de beoordeling wordt geen strafcorrectie voor muziekgeluid, bedrijfsduurcorrectie en meteocorrectie toegepast. Metingen worden verricht op het gemiddelde geluidsniveau, het equivalente geluidsniveau (LAeq), over 1 tot 5 minuten (LAeq,T). Metingen op de gevel worden in principe uitgevoerd op de gevel van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige objecten. Als er binnen een afstand van 50 meter van een podium (openlucht) of tent geen geluidsgevoelige objecten zijn gesitueerd dan worden de metingen verricht op een afstand van 50 meter. In de meeste gevallen wordt gemeten op de dB(A)-norm (gemiddelde van de gehoorde geluidssterkte over alle toonhoogtes (frequenties)) en op de dB(C)-norm (gemiddelde over alle toonhoogtes waar lage tonen sterker worden meegeteld). De GGD Brabant-Zuidoost heeft geadviseerd om lokaal beleid te ontwikkelen om gehoorschade bij bezoekers van evenementen te voorkomen. De GGD maakt hierbij een verschil in drie geluidsnormen, te meten op een afstand vanaf een geluidproducerende voorziening, namelijk 88 dB(A), 92 dB(A) en 103 dB(A). Aan deze normen conformeert de gemeente zich. Afhankelijk van welke norm van toepassing is moet een organisatie maatregelen nemen om gehoorschade te voorkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel