Naar hoofdinhoud
1.. Het college kent een individuele voorziening toe voor zover uit het verslag dan wel het gezinsplan blijkt dat de jeugdige: op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn sociale omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening; geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening. 2.. Recht op een individuele voorziening bestaat slechts voor zover deze als de goedkoopst passende voorziening kan worden aangemerkt.

Rechtspraak bij dit artikel