Het lokaal verplaatsen per vervoermiddel is de mogelijkheid om in de eigen woon-en leefomgeving te gaan en staan waar men wil. Dit betreft deelname aan maatschappelijk verkeer om anderen te ontmoeten, boodschappen te doen, etc. Ook bij het verplaatsen speelt de eigen verantwoordelijkheid een rol, bijvoorbeeld het zelf kunnen oplossen van een vervoersprobleem in eigen kring. Ook het openbaar vervoer en fietsen kan een eigen oplossing zijn. Zo is bijvoorbeeld een fiets met trap-ondersteuning een algemeen gebruikelijke voorziening.
De gemeente houdt zich aan de volgende werkwijze:
de gemeente (eventueel in samenwerking met bijvoorbeeld een betrokken ergotherapeut) stelt het programma van eisen van het benodigde hulpmiddel op;
in overleg met de inwoner wordt de voorziening in natura of in Pgb verstrekt;
bij een verstrekking in Pgb wordt het hulpmiddel dat de inwoner zou hebben gekregen als voorziening in natura, als uitgangspunt genomen. Indien het hulpmiddel na de economische afschrijvingstermijn wordt beoordeeld en technisch nog niet is afgeschreven en daarnaast nog in voldoende mate compenseert, zal de vervanging van het hulpmiddel uitgesteld worden (net zoals bij verstrekking in natura);
bij verhuizing naar een andere gemeente of naar een intramurale setting, vindt afstemming met de nieuwe verstrekker plaats over de hulpmiddelen die in gebruik zijn, met het doel dat de inwoner zoveel mogelijk het hulpmiddel behoudt (indien wenselijk).
Bij het onderzoek beoordeelt het college of het vervoersprobleem middels eigen kracht opgelost kan worden en of er gebruik gemaakt kan worden van een algemene vervoersvoorziening.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Lokaal verplaatsen per vervoermiddel
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2021