Logeeropvang of ook wel kortdurend verblijf genoemd, is een vorm van maatwerkondersteuning. Inzet is mogelijk vanuit verschillende wetten. Vanuit de Wmo valt inzet onder het bevorderen of stabiliseren van de zelfredzaamheid van de inwoner. In de meeste gevallen is de inzet van logeer-opvang een vorm van respijtzorg, die gericht is op het ontlasten van de mantelzorger. Doel is te voorkomen dat de mantelzorger overbelast raakt en wordt beoogd dat de inwoner langer thuis kan blijven wonen. Tevens kan de logeeropvang ingezet worden als time-out voorziening, als het samenhangt met de bevordering of stabilisatie van de zelfredzaamheid van de inwoner.
Bij logeeropvang verblijft de inwoner, tijdelijk op een andere locatie, waar toezicht en de noodzakelijke ondersteuning en begeleiding geboden worden aan de inwoner. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘logeren’. In principe wordt de ondersteuning die in de thuissituatie door de mantelzorger wordt verleend, vervangen door ondersteuning via de aanbieder Logeeropvang. In gevallen waarin de inwoner aanspraak kan maken op tijdelijk verblijf op basis van de Zvw of de Wet langdurige zorg (Wlz), is dit voorliggend ten opzichte van de Wmo. Als gemeenten kijken we overigens ook naar vrij beschikbare respijtzorg die in sommige gemeenten geboden wordt na bemiddeling door het welzijnswerk of een steunpunt mantelzorg.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.7
Logeeropvang functie respijtzorg
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2021