Naar hoofdinhoud

Artikel 21

Eigen parkeergelegenheid

Onderdeel van AANWIJSBESLUIT EN UITWERKINGSBESLUIT PARKEREN JUNI 2021

1 Onder een eigen parkeergelegenheid wordt verstaan: een parkeerplaats op een terrein of in een garage, uitgegeven in erfpacht, verhuurd of in gebruik gegeven aan de aanvrager, dan wel in eigendom bij de aanvrager; een parkeerplaats –huur of koop– op het terrein of in de garage van een complex waarvan de bouwvergunning, omgevingsvergunning, de huur- of koopovereenkomst, splitsingsakte of de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor (onder andere) het adres van de aanvrager; een voormalige parkeerplaats op eigen terrein zoals benoemd onder a en b een andere bestemming dan die van parkeerplaats heeft gekregen; een parkeerafspraak vastgelegd in een parkeerovereenkomst met een derde partij. Een reeds verstrekte bewonersvergunning op het betreffende adres zoals bedoeld in artikel 11 Een reeds verstrekte bedrijfsvergunning op het betreffende adres zoals bedoeld in artikel 12; Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg; 2 Een parkeerplaats wordt als parkeerplaats op eigen terrein beschouwd indien deze daarnaast voldoet aan de volgende voorwaarden: Toegankelijkheid: de parkeerplaats dient te kunnen worden bereikt via een doorgang of toegang die minimaal 2,30 meter breed is; Een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,5 meter en een minimale breedte van 2,5 meter; Een parkeerplaats voor meerdere voertuigen op een terrein of in een garage dient per parkeervak ten minste 2,25 meter breed en minimaal 5,00 meter lang te zijn;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel