Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 12

Integriteit

Onderdeel van Verordening commissie bezwaarschriften Stein 2021

1. . De leden van de commissie dienen te goeder naam en faam bekend te staan. Alvorens hun werkzaamheden uit te oefenen, leggen zij ten overstaan van de burgemeester de eed (verklaring en belofte) af, zulks in analogie aan de eed (verklaring en belofte) welke raadsleden voor hun ambtsaanvaarding dienen af te leggen. 2. . De leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij mogen direct noch indirect enig persoonlijk en/of zakelijk belang bij de uitkomst van een in behandeling zijnd bezwaar hebben en laten zich als hiervan sprake is, vervangen. 3. . De leden van de commissie dragen er zorg voor dat met aan hen verstrekte privacygevoelige informatie zorgvuldig wordt omgegaan, zulks met het oog op de belangen van bezwaarmaker(s) en eventuele belanghebbenden. Zij dragen er zorg voor dat documenten welke persoonsgegevens bevatten niet in handen van derden terecht komen. 4. . Indien tijdens het lidmaatschap blijkt van het ontbreken van een wederzijdse vertrouwensbasis, legt een lid van de commissie en/of een kamer zijn functie neer. Het ontbreken van een wederzijdse vertrouwensbasis kan blijken uit het plaatsen door het lid van berichten met een negatieve strekking in sociale media (openbare bronnen). In voorkomende gevallen bezit het college de bevoegdheid het betreffende lid te schorsen en/of te ontslaan.

Rechtspraak bij dit artikel