Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 7

Uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Verordening commissie bezwaarschriften Stein 2021

De hierna bedoelde bevoegdheden ingevolge de Algemene wet bestuursrecht worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door of namens de voorzitter van de commissie c.q. de betreffende kamer: het verlangen van een schriftelijke machtiging van een gemachtigde (artikel 2:1 Awb); het in de gelegenheid stellen een geconstateerd verzuim met betrekking tot ingediende bezwaarschriften te herstellen binnen een daartoe aan de bezwaarmaker te stellen termijn (artikelen 6:5 en 6:6 Awb); de verzending van het verweerschrift en/of andere stukken naar de gemachtigde van bezwaarmaker (artikel 6:17 Awb); het uitnodigen voor een hoorzitting alsmede het ter visie leggen van de stukken (artikel 7:4 Awb); het opleggen van geheimhouding om gewichtige redenen op het -gedeelte van een- verslag van een hoorzitting waarbij belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord (artikel 7:6 Awb). Het is de voorzitter toegestaan de bevoegdheden onder a tot en met d op te dragen aan de secretaris van de commissie. De voorzitter is en blijft verantwoordelijk voor de wijze waarop de bevoegdheden worden uitgeoefend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel