In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
belanghebbende met een grote afstand tot de arbeidsmarkt: persoon die niet binnen een jaar naar de arbeidsmarkt toe geleid kan worden
belanghebbende met een kleine afstand tot de arbeidsmarkt: persoon die binnen een jaar naar de arbeidsmarkt toe geleid kan worden
benadelingsbedrag: netto-uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
bijstandsnorm:
toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onder c Pw, of
grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 Ioaw of artikel 5 Ioaz;
doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a Pw;
inburgeringsplichtige: persoon die volgens artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is;
interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek;
jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;
mantelzorg: datgene wat er in artikel 1.1.1 Wmo 2015 onder wordt verstaan;
nuggers: niet uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder a Pw, voor zover hun inkomen niet meer bedraagt dan 120% van het wettelijk minimumloon.
Ioaw: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
Ioaz: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
peildatum: datum waartegen een aanvraag wordt gedaan;
pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a lid 1 Algemene Ouderdomswet;
persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de Participatiewet;
Pw: de Participatiewet;
recidive: de situatie waarin de belanghebbende zich opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of hogere categorie en in de twaalf maanden voorafgaand aan deze gedraging een besluit is genomen om een verlaging op te leggen op grond van paragraaf 2.7 of de voorheen geldende afstemmingsverordening of artikel 18 lid 4 Pw of om af te zien van het opleggen van een verlaging op grond van een dringende reden;
referteperiode: een periode van 24 maanden voorafgaand aan de peildatum;
tweede recidive: de situatie waarin de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging op grond van of de voorheen geldende afstemmingsverordening of artikel 18 lid 4 Pw is opgelegd, of hiervan is afgezien op grond van een dringende reden, voor de tweede keer of vaker schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of hogere categorie als bij de eerste verwijtbare gedraging;
uitkering: algemene bijstand op grond van de Pw of een uitkering op grond van de Ioaw of de Ioaz;
UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
WSF 2000: Wet studiefinanciering 2000;
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Hoofdstuk 2 › paragraaf 2.1
Artikel 2.1
Begrippen
Onderdeel van Integrale verordening sociaal domein gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde