De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.2:
onder a bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 40.000,- voor de bestrijding van de Unielijstsoorten reuzenberenklauw, reuzen- of springbalsemien, grote waternavel, ongelijkbladig vederkruid, waterwaaier of cabomba en de uitheemse rivierkreeftsoorten en tot een maximum van € 60.000,- voor de bestrijding van Aziatische duizendknopen en de watercrassula.
onder b bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000,-;
onder c bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000,-;
wordt bij meerdere aanvragen door dezelfde subsidieontvanger, zoals bedoeld in artikel 3.4, gemaximaliseerd op €100.000,- cumulatief.
Paragraaf 3
Artikel 3.9