Aan de gemeente (zie ook rol gemeente in 3.5) wordt vanuit de culturele sector gevraagd in elk dorp een laagdrempelige en betaalbare voorziening te faciliteren, waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en culturele initiatieven een plek kunnen vinden. Hierbij is maatwerk per dorp nodig, waarbij onderzocht kan worden of een regionale podiumvoorziening in een van de dorpen een plek kan vinden. Dit hoeven geen gemeentelijke accommodaties te zijn. Overigens zullen culturele activiteiten en evenementen zich ook blijven spreiden over diverse gebouwen, die incidenteel voor een uitvoering of voorstelling worden gebruikt.
Op dit moment worden diverse accommodaties in de dorpen zonder subsidie geëxploiteerd; dit heeft soms tot gevolg dat de prijzen voor zaalhuur, horeca en voorzieningen te hoog zijn voor de aanbieders van activiteiten in de dorpen.
Verder speelt dat in toenemende mate kerken en zorgcentra gebruikt worden voor sociaal-culturele of culturele activiteiten (met bijvoorbeeld in Numansdorp Buitensluis een zorgfunctie + bibliotheek + kleine dorpshuisfunctie, of de Kerk van de Nazarener in Klaaswaal een kerkfunctie + bibliotheek + welzijn + evt. cultuur).
Het ligt tevens voor de hand te kijken naar de vijf jongerencentra van stichting Welzijn Hoeksche Waard en eventueel de accommodaties van de sportverenigingen. Zouden deze accommodaties breder ingezet kunnen worden?
Een behoeftenonderzoek in de dorpen kan helpen om accommodaties aan te sluiten bij de aard en de schaal van het betreffende dorp. De inventarisatie van de huidige accommodaties is als bijlage 3 opgenomen. Voor het toekomstige beheer van dorpshuizen kan ook gedacht worden aan beheer door de inwoners van de dorpen en/of de aanbieders van activiteiten in de dorpen.
Inmiddels is separaat aan deze cultuurnota gestart met het ontwikkelen van een visie op gemeentelijk vastgoed. Onderdeel hiervan is het opstellen van een integraal accommodatieplan om een toekomstvisie van de gemeentelijke accommodaties te bepalen. De basis van het integraal accommodatieplan is: “stenen zijn volgend aan inhoud”. Oftewel de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn leidend en het vastgoed is daaraan volgend.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.8