De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van een onderzoek en het geven van een advies aan het college in het kader van de toegang tot een individuele voorziening jeugdhulp is neergelegd bij de jeugdprofessionals van Stichting Jeugdteams.
De vaststelling of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder ontoereikend zijn, op basis van artikel 2.3 van de Jeugdwet en artikel 5 lid 3 van de Verordening Jeugdhulp, komt tot stand op basis van een door het sociaal team uitgevoerd onderzoek op basis van een methodische werkwijze, waarbij door het sociaal team met de jeugdige of zijn ouder:
in kaart wordt gebracht wat de hulpvraag is van de jeugdige en zijn ouder(s);
wordt vastgesteld of er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn;
wordt bepaald welke hulp, zorg en ondersteuning naar aard en omvang nodig is voor de vastgestelde problemen en stoornissen,
wordt vastgesteld of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en hun sociaal netwerk ontoereikend zijn om zelf deze hulp, zorg en ondersteuning te kunnen bieden.
Hierbij wordt in ieder geval rekening gehouden met het belang van de ouder(s) om het gezin te voorzien in een inkomen, de belastbaarheid en draagkracht van de ouder(s).
Voor zover het onderzoek specifieke deskundigheid vereist, draagt het sociaal team er zorg voor dat die deskundigheid is gewaarborgd en dat deze naar discipline van deskundigheid concreet kenbaar is voor de hulpvrager.
Indien blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouder en hun sociaal netwerk ontoereikend zijn om de hulp, zorg en ondersteuning naar aard en omvang voor de vastgestelde problemen en stoornissen zelf te kunnen bieden, wordt met de jeugdige of zijn ouder nader onderzoek gedaan naar en rekening houdend met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige of zijn ouder:
de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;
indien er geen gebruik gemaakt kan worden van een andere voorziening, de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een algemene voorziening;
indien er geen gebruik gemaakt kan worden van een andere voorziening en een algemene voorziening, de mogelijkheden om een individuele voorziening te verlenen;
de wijze waarop een mogelijk toe te kennen voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen die aan de jeugdige zijn verleend.
Het sociaal team geeft op basis van het onderzoek zoals genoemd in de leden 1, 2 en 4 een advies over de in te zetten voorziening(-en) naar aard en omvang van de vastgestelde problemen.
Aan de jeugdige of zijn ouder wordt tijdens het gesprek, zoals genoemd in artikel 5 lid 3 van de Verordening jeugdhulp, kenbaar gemaakt en vastgelegd in het verslag dan wel actieplan welke methodische werkwijze, zoals genoemd bij lid 1 van dit artikel wordt toegepast.
De uitkomsten van de methodische werkwijze, zoals bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel worden vastgelegd in het actieplan, zoals genoemd in artikel 1 en artikel 6 van de Verordening jeugdhulp.
Artikel 6.
Voorwaarden aan de uitvoering van het onderzoek
Onderdeel van Nadere Regels Jeugdhulp Gemeente Molenlanden 2021