Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Regels bij incidenten in het taxivervoer artikel 7 lid 4d en 4e en lid 5 van de verordening bekostiging leerlingenvervoer

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck houdende regels omtrent het leerlingenvervoer (beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Cranendonck 2021)

1.. Ouders zijn verantwoordelijk voor het gedrag van hun kind. Ze dienen hun kinderen te instrueren zich zo te gedragen dat tijdens het vervoer geen onregelmatigheden ontstaan. De verkeersveiligheid, evenals de veiligheid van de medepassagiers en de chauffeur mag niet in het geding komen. 2.. Als de leerling zich onaanvaardbaar gedraagt, kan dit gedrag er uiteindelijk toe leiden dat de vervoersvoorziening beëindigd wordt. Onder onaanvaardbaar gedrag wordt verstaan het gedrag dat onder de gegeven omstandigheden in het maatschappelijk verkeer onacceptabel is. Gedacht kan worden aan beschadiging van het interieur van de taxi(bus), mishandeling van medepassagiers, grove belediging of bedreiging van de chauffeur etc. Voordat daar consequenties aan worden verbonden dient nagegaan te worden of het gedrag verwijtbaar is. Bepaalde aandoeningen kunnen met zich meebrengen, dat dit niet het geval is. In dat geval zal met de vervoerder, ouders en school naar een passende oplossing worden gezocht (bijvoorbeeld begeleiding vervoer door ouders, eigen vervoer) 3.. Als het incident niet terug te voeren is op de handicap van de leerling, wordt het ongewenst gedrag aan de leerling toegerekend en treft de gemeente sancties. Afhankelijk van de ernst van het incident ontvangen de ouders van de gemeente een waarschuwingsbrief. In deze brief wordt meegedeeld dat bij herhaling van het ongewenst gedrag de leerling voor een termijn van maximaal drie schooldagen wordt geschorst van taxivervoer. 4.. Als daarna opnieuw ongewenst gedrag plaatsvindt, ontvangen de ouders een brief waarin hen, onder verwijzing naar de waarschuwingsbrief, wordt meegedeeld dat de leerling daadwerkelijk voor een termijn van maximaal drie schooldagen wordt uitgesloten van het taxivervoer. 5.. Als de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, dan wordt de leerling uitgesloten van het taxivervoer met een maximum van vijf schooldagen. 6.. Als hierna opnieuw ongewenst gedrag plaatsvindt wordt de leerling uitgesloten van vervoer voor de rest van het schooljaar. Voor een volgend schooljaar wordt de aanvraag opnieuw beoordeeld. 7.. Als er schade wordt veroorzaakt aan de bus of aan de eigendommen van andere kinderen tijdens het vervoer, dan wordt diegene die de schade heeft veroorzaakt daarvoor aansprakelijk gesteld. 8.. In het taxivervoer is de chauffeur de begeleider. Bij problemen in het vervoer stelt de gemeente alleen een zitplaats voor een extra begeleider beschikbaar als dit noodzakelijk is om de veiligheid in de taxi(bus) te garanderen. Het is in dat geval de taak van de ouders/verzorgers om te zorgen voor een begeleider. De eventuele personeelskosten van de begeleider zijn voor rekening van de ouders. 9.. Het vervoer van leerlingen van huis naar school en terug is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van ouders. Deze verantwoordelijkheid kunnen de ouders niet op- of overdragen aan de gemeente. De wettelijke regeling noch de gemeentelijke verordening beperkt deze verantwoordelijkheid van ouders. Ouders blijven ook verantwoordelijk voor het schoolbezoek van hun kind, ook als deze (tijdelijk) niet mee mag in het taxivervoer vanwege onacceptabel gedrag.

Rechtspraak bij dit artikel