Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend.
Bij instellingsverordening van de onderzoekscommissie bepaalt de raad de hoogte van de vergoeding alsmede het doel, de duur en de strekking van de opdracht van de onderzoekscommissie.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.3., eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, bedraagt de toelage per jaar niet meer dan maximaal drie maal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden.
Artikel 2.
Toelage raadslid onderzoekscommissie
Onderdeel van Verordening rechtspositie Raads- en burgerleden Hardinxveld-Giessendam 2021