Naar hoofdinhoud
Toewijzing vindt plaats aan de hand van de volgende voorrangsregels en volgorde: Standplaatszoekende wiens ouders woonachtig zijn op een woonwagenlocatie in de gemeente Duiven. Eerstegraads bloed- en aanverwanten van de huidige bewoners op de betreffende locatie, die ten tijde van het beschikbaar komen van de standplaats al tenminste twee jaar op de betreffende woonwagenlocatie als inwonende verblijven en daar tenminste twee jaar ingeschreven staan in de gemeentelijke basisregistratie; Eerstegraads bloed- en aanverwanten van de huidige bewoners op de betreffende locatie, die ten tijde van het beschikbaar komen van de standplaats niet meer op de betreffende woonwagenlocatie verblijven, echter daar in het verleden wel gewoond hebben; Eerstegraads bloed- en aanverwanten van de huidige bewoners op de betreffende woonwagenlocatie, die op dit moment op een andere woonwagenlocatie in de gemeente woonachtig zijn; Overige eerstegraads bloed- en aanverwanten van de bewoners op de betreffende woonwagenlocatie; Woonwagenbewoners of spijtoptanten zonder bloed- of aanverwantschap die een standplaats of sociale huurwoning in de gemeente Duiven achterlaten en in het verleden eerder op de betreffende woonwagenlocatie hebben gewoond; g. Woonwagenbewoners of spijtoptanten zonder bloed- of aanverwantschap die een standplaats of sociale huurwoning in de gemeente Duiven achterlaten. Overige woonwagenbewoners of spijtoptanten die aan kunnen tonen een sociale of economische binding te hebben met de gemeente Duiven. Alle overige woonwagenbewoners of spijtoptanten. Voor al bovenstaande bepalingen geldt indien blijkt dat er sprake is van gelijke geschiktheid, de standplaatszoekende met de langste woonduur in Duiven voorrang zal krijgen. Indien er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid zal er (notariële) loting plaatsvinden. Indien er standplaatsen op meerdere locaties gelijktijdig beschikbaar zijn, zal bij de toewijzing rekening gehouden worden met de voorkeur voor een woonwagenlocatie. Voordat definitief tot een toewijzing van een standplaats overgegaan wordt, zal altijd in overleg getreden worden met de huidige bewoners van de betreffende woonwagenlocatie. De sociaal-maatschappelijke verhoudingen op de betreffende woonwagenlocatie kunnen aanleiding zijn om af te wijken van de in artikel 6 beschreven volgorde. Het college besluit aan de hand van de plaats op de wachtlijst en het overleg aan wie een standplaats wordt aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel