De wetgever heeft ervan afgezien het begrip woning te definiëren. De burgemeester verstaat onder woning `een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en dat (die) daarvoor ook mag worden gebruikt (woongenot)`.
Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse en andere omstandigheden, zoals een inschrijving in de BRP.
Samengevat:
woning: een feitelijk voor bewoning gebruikte ruimte en het daarbij behorende erf.
lokaal: een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal en het daarbij behorende erf (zoals horeca-inrichtingen, winkels, loodsen, en/of bedrijfsruimten).
Voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is een schriftelijke machtiging vereist. Op basis van de Awb is het bestuursorgaan dat een last onder bestuursdwang toepast bevoegd tot het geven van een dergelijke machtiging. In het geval van artikel 13b Opiumwet is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. De burgemeester kan dus een schriftelijke machtiging verlenen voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Begrippen en uitgangspunten Woning of lokaal
Onderdeel van Beleidsnota artikel 13b Opiumwet