Bij de bepaling van de duur van de sluiting is de voorgeschiedenis relevant, waaronder die van de eigenaar en/ of de bewoners. Wanneer na een sluiting van een lokaal voor de duur van bijvoorbeeld drie maanden na verloop van tijd blijkt dat er toch weer in drugs wordt gehandeld vanuit het/de lokaal/woning, dan kan daaruit worden geconcludeerd dat de “loop” er kennelijk nog niet voldoende uit is gehaald. Dat rechtvaardigt een langere sluitingsduur bij herhaling van de overtreding. Dit geldt ook indien de vorige overtreding begaan werd door een andere dan de huidige eigenaar en/ of de bewoners.
Dit betekent echter niet dat de eigenaar en/ of de bewoners tot in lengte van dagen geconfronteerd moet worden met een “misstap” in het verleden. Bij het bepalen van de termijnen van het meewegen van de voorgeschiedenis wordt aangesloten bij de termijn van vijf jaren zoals in het strafrecht wordt gehanteerd. Recidive is aan de orde binnen vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding.