Bij een besluit of hij tot sluiting van de woning overgaat, zal de burgemeester alle betrokken belangen afwegen. In geval van uitzonderlijke omstandigheden zal gebruik gemaakt worden van de afwijkingsbevoegdheid ingevolge artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State heeft in ECLI:NL:RVS:2019:2912 [8] via een zogenoemde overzichtsuitspraak meer duidelijkheid gegeven over de manier waarop zij als hoogste bestuursrechter besluiten van de burgemeester over het sluiten van woningen toetst.
De volgende omstandigheden kunnen hierbij een rol spelen.
Bij medische omstandigheden of minderjarige kinderen, zijn de gevolgen van een sluiting voor de bewoners extra zwaar. Bijvoorbeeld als de betrokkene een bijzondere binding heeft met de woning, bijvoorbeeld om medische redenen. Dat wil overigens niet zeggen dat de burgemeester een woning in zo’n geval niet mag sluiten. Als de bewoners bijvoorbeeld zelf actief betrokken zijn bij drugshandel en er grote drugshoeveelheden worden gevonden, dan kan woningsluiting ook onder deze omstandigheden op zijn plaats zijn.
Voor de beoordeling van een geringe overschrijding van de handelsvoorraad voor bijvoorbeeld medicinale doeleinden heeft de Raad van State in haar uitspraak ECLI:NL:RVS:2018:738 een kader gegeven. Dan moet betrokkene een helder en consistent betoog hebben over zijn eigen gebruik dat een geringe overschrijding van 0,5 g grens vanwege dat gebruik aannemelijk maakt, geen andere zaken in het pand zijn aangetroffen die wijzen op drugshandel en niet is gebleken van andere relevante feiten en omstandigheden, in de regel worden geoordeeld dat het tegendeel aannemelijk is gemaakt en er geen bevoegdheid bestaat om een last onder bestuursdwang op te leggen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 5.
Artikel 3.5.4.
Bijzondere omstandigheden
Onderdeel van Beleidsnota artikel 13b Opiumwet