Met parkeernormen wordt in nieuwbouw- en transformatieontwikkelingen gewaarborgd dat in voldoende mate parkeerruimte voor auto en fiets beschikbaar is. Hierbij geldt dat een tekort evenals een overschot aan parkeerruimte tot ongewenste effecten leidt. Parkeernormen hebben een cruciale rol bij het ontwikkelen van een bereikbare, leefbare en duurzame stad. In haar visie op auto- en fietsparkeren in ruimtelijke ontwikkelingen maakt de gemeente Breda onderscheid tussen drie kerndoelstellingen:
Parkeernormen die aansluiten bij de Bredase werkelijkheid ten aanzien van autobezit en autogebruik;
Een flexibel toepassingskader;
Het structureren van de dialoog tussen de gemeente en initiatiefnemers.
De behoefte aan auto- en fietsparkeerplaatsen verschilt van wijk tot wijk. Door de nabijheid van voorzieningen is in het centrum de behoefte aan autoparkeerplaatsen lager en de behoefte aan fietsparkeerplaatsen over het algemeen groter. Dit in tegenstelling tot wijken die op grotere afstand van het centrum gelegen zijn. Breda gelooft in parkeernormen die aansluiten bij de karakteristieken van gebieden en bovenal bij de karakteristiek van de gemeente. Met haar parkeernormen blijft Breda aansluiten bij de parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW is een landelijk kennisplatform op het gebied van mobiliteit en infrastructuur.
De term toepassingskader staat voor het afpellen van de parkeerbehoefte naar mogelijkheden om deze behoefte fysiek op te lossen. Deze nota biedt ruimte voor alternatieve denkrichtingen met als doel het bewerkstelligen van duurzaam ruimtegebruik. De gemeente hanteert het uitgangspunt dat de parkeerbehoefte in beginsel op eigen terrein wordt opgelost.
Nieuwe parkeervoorzieningen: belangrijke kans
Gebouwde parkeervoorzieningen en parkeerplaatsen op maaiveld verdienen de grootste aandacht bij de uitwerking van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Niet alleen aan de voorkant bij het bepalen van de benodigde aantallen, maar ook in vorm en uitwerking. Daarbij moet worden gedacht aan zaken als logische looproutes, voldoende laadpunten, veilige verlichting, maar ook aan een duurzame inrichting. Zo moet een uitgangspunt zijn dat alle parkeerplaatsen op maaiveld zodanig worden aangelegd dat er sprake kan zijn van een maximale waterdoorlaatbaarheid.
De gemeente Breda gelooft ook in de kracht van samenwerking. De beste parkeeroplossingen komen tot stand wanneer initiatiefnemers inspelen op de kennis en ervaring die aanwezig is bij de gemeente en vice versa. De gemeente hanteert procesafspraken om de dialoog tussen beide partijen te structureren. Zo wordt er een praktische parkeerbalans opgesteld. Dit is een visuele vertaling van de parkeeroplossingen die op papier bedacht zijn. Met de praktische parkeerbalans wordt inzicht gegeven in wie, wanneer (op welk moment van de dag) op welke locatie parkeert.
Blik in het verleden
Het CROW maakt altijd gebruik van een bandbreedte qua parkeernormen. De gemeente Breda heeft op basis hiervan in het verleden gekozen (2004, herijking 2013) om aan te sluiten bij de onderkant van de bandbreedte (niet exact, soms iets erboven) en altijd gesproken van minimum normen. Meer parkeerplaatsen realiseren mocht en minder parkeerplaatsen niet tenzij er weloverwogen keuzes zijn gemaakt passend binnen het ontheffingsbeleid wat geldig was. Met de nieuwe parkeernormen opgenomen in deze nota sluit de gemeente Breda wederom aan bij de onderkant van de CROW bandbreedte, maar we spreken niet meer van minimum normen.
In het nieuwe parkeernormenbeleid worden meer mogelijkheden geboden om onderbouwd af te wijken van de parkeernorm door middel van een goed mobiliteitsplan (bijvoorbeeld deelauto’s). In principe is het een voortzetting van de werkwijze, maar in een licht gewijzigde vorm. We spreken niet meer van ontheffing en de normen zijn niet meer minimaal, maar een vast gegeven. De hoogte van deze normen is niet sturend of zeer laag in vergelijking met andere gemeenten of de CROW cijfers, maar zijn passend bij het feitelijke autobezit- en gebruik per functie en deelgebied in de stad.
Wel wordt voor functies in het centrum (behoudens wonen en werken) bewust voor een lagere norm gekozen en wordt er bijvoorbeeld bij wonen ook gekozen voor toevoeging van diverse soorten woningen (klein, sociaal, middelduur etc.), waarbij aangesloten wordt bij de landelijke trend en bij de gemeentelijke versnellingsopgave wonen. Op basis van onderzoek zijn ook de bezoekersaandelen bij woningen iets verlaagd, wat als totaal een lagere norm betekent. De grotere diversiteit in soorten woningen die worden opgeleverd betekent bovendien dat we ook daarop anticiperen met meer opties zowel in typen woningen als locaties in de stad (van hartje centrum tot buitengebied).
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Visie op auto- en fietsparkeren in ruimtelijke ontwikkelingen
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent de normen aan auto- en fietsparkeerplaatsen