In de omgevingsvergunning wordt opgenomen welke parkeereis toebehoort tot de te realiseren functies indien wordt afgeweken van de normatieve parkeerbehoefte (functie * parkeernorm). Ten aanzien van parkeren worden in ieder geval de volgende aspecten benoemd:
Het aantal te realiseren parkeerplaatsen;
De ligging van de parkeerlocatie(s) waar de benodigde parkeerplaatsen beschikbaar worden gesteld (in een private parkeervoorziening, op eigen terrein en/of in de openbare ruimte).
In een voorschrift bij de omgevingsvergunning kunnen de voorwaarden voor bereikbaarheid van de parkeerplaatsen worden opgenomen:
Hoe deze parkeerplaatsen door de verschillende doelgroepen kunnen worden gebruikt (fysieke toegankelijkheid);
Wanneer deze voorzieningen worden gerealiseerd (beschikbaarheid).
Op het moment dat ervoor wordt gekozen om een doelgroep in een private parkeervoorziening te laten parkeren, dan moeten zij ook daadwerkelijk van deze voorziening gebruik kunnen maken. Een van de vragen die moet worden gesteld is: hoe wordt de fysieke toegang tot de parkeervoorziening gegarandeerd? In de gebruiksfase zal worden gecontroleerd of hetgeen in de omgevingsvergunning is vastgelegd ook op dezelfde manier in de praktijk is georganiseerd.
De beschikbaarheid, ook in de toekomst goed geregeld: privaatrechtelijke afspraken
Wanneer de parkeereis niet of niet volledig op eigen terrein wordt gerealiseerd en er sprake is van afwijkingsgronden moet er een afwijkingsbesluit worden genomen én moet er een parkeerovereenkomst worden afgesloten tussen gemeente en initiatiefnemer. Afhankelijk van het eigendom van de grond worden afspraken over toekomstig gebruik waar mogelijk in een private overeenkomst opgenomen. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over:
Hoe eigenaren verantwoordelijk zijn voor het in stand houden;
Hoe (eind)gebruikers worden geïnformeerd over randvoorwaarden voor gebruik (bijvoorbeeld wel of niet betalen).
In de praktijk kent een ontwikkeling vaak meerdere fases, maar ook verschillende eigendomssituaties. Een initiatiefnemer is niet altijd de bouwer. De eigenaar is niet altijd de eindgebruiker. Investeringsmaatschappijen, beleggers en makelaars passeren vaak de revue. Het is zaak dat door middel van een kettingbeding de afspraken over het gebruik en onderhoud van een parkeervoorziening goed worden doorgelegd, ongeacht de eigendomssituatie.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1
Vastlegging in de omgevingsvergunning: kwantitatief en kwalitatief
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent de normen aan auto- en fietsparkeerplaatsen