1.. Voor de vaststelling van de draagkracht worden de inkomsten en vermogen van de belanghebbende, diens partner en/of gezinsleden, in aanmerking genomen.

2.. De berekening van beschikbare inkomsten en vermogen vindt plaats conform de bepalingen van de Participatiewet.

3.. De draagkracht wordt als volgt berekend:

  • - 100% van het vermogen voor zover die meer bedraagt dan het krachtens de wet vrijgelaten vermogen;
  • - 35% van de inkomsten voor zover die meer bedragen dan 110% van de voor belanghebbende conform de normen in de Participatiewet berekende algemene bestaanskosten.

4.. Bij woonkostentoeslag en aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud wordt in afwijking van lid 3 met betrekking tot de genoemde inkomsten en vermogen een draagkrachtpercentage van 100% gehanteerd.

5.. In afwijking van lid 3 wordt overwaarde in de woning waar men zijn hoofdverblijf heeft niet als vermogen aangemerkt.