Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van de lening wordt bepaald door de subsidiabele kosten. 2.. De hoogte van de subsidiabele kosten wordt door burgemeester en wethouders in de verleningsbeschikking vastgesteld op basis van een raming van kosten, zijnde een begroting van de uit te voeren restauratie en/of energiebesparingsmaatregelen waaronder: De aanneemsom (inclusief benodigde leveringen en een post onvoorzien); De risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen; De kosten van de architect en van de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is; De leges voor de aanvraag voor een Omgevingsvergunning; De verschuldigde BTW, voor zover deze niet kan worden verrekend; Een duurzaamheidsonderzoek voor monumenten, gericht op de instandhouding van het monument door het aanbrengen van energiebesparingsmaatregelen; De kosten voor het afsluiten van de lening. 3.. Kosten van restauratie of energiebesparingsmaatregelen waarvoor op grond van enige andere regeling een subsidie of laagrentende lening voor handen is of kan worden verkregen zijn niet subsidiabel. 4.. De subsidie bedraagt een lening ten behoeve van maximaal 100% van de subsidiabele kosten. 5.. Per gemeentelijk monument kan de maximale lening voor restauratie en energiebesparingsmaatregelen te samen in totaal niet hoger zijn van €100.000. Kosten die dit bedrag te boven gaan, komen niet in aanmerking voor subsidie. 6.. Een lening bedraagt minimaal €10.000. 7.. Het minimum bedrag aan rente en aflossing bedraagt €100 per maand.

Rechtspraak bij dit artikel