Eerste lid: op 25 februari 2021 is in de Tweede Kamer met grote meerderheid een motie aangenomen waarin de regering wordt gevraagd een landelijke vrijstelling van giften te realiseren van € 1.200,- per jaar. Deze motie moet nog in wetgeving worden omgezet.
Anticiperend op deze wetgeving en op verzoek van de gemeenteraad stelt het college het bedrag van de vrijstelling nu al op € 1.200,- per jaar.
Op basis van het oude beleid was dit een bedrag van € 1.000,-.
Er geldt wel een meldingsplicht voor het ontvangen van giften ondanks het feit dat giften lager dan € 1.200,00 niet van invloed zijn op het recht op uitkering. Daarmee vallen deze giften niet onder de werkingssfeer van artikel 17, lid 1, Participatiewet.
Het drempelbedrag ad € 1.200,00 wordt toegerekend aan een kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december). Wanneer iemand minder dan het drempelbedrag aan giften heeft ontvangen, mag het restant niet mee worden genomen naar het volgend jaar. Voor mensen die gedurende het jaar een uitkering toegekend hebben gekregen, geldt dat de drempel van € 1.200,00 geldt voor de periode van toekenning tot en met 31 december van dat jaar.
Tweede lid: wanneer de gift het drempelbedrag van € 1.200,00 overstijgt, dient het meerdere als middel in aanmerking genomen te worden. Bij de beoordeling of een bijdrage als een gift kan worden beschouwd is het niet van belang of deze eenmalig is verstrekt of een zekere periodiciteit kent. Ook is het niet van belang of de bijdrage door een natuurlijk persoon of particuliere instelling plaatsvindt. Doorslaggevend is of de bijdrage een onverplicht karakter kent. Bijdragen die zijn gebaseerd op wederkerige overeenkomsten (zoals leningen) kunnen om die reden dan ook niet aangemerkt worden als giften. Er kan pas worden aangenomen dat er sprake is van een lening als er een daadwerkelijk terugbetalingsverplichting bestaat. Hiervoor hoeft niet altijd een schriftelijk bewijsstuk aangeleverd te worden (ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6012).
Giften boven het vastgestelde drempelbedrag hebben meestal het karakter van inkomsten. Er is sprake van een besteedbaar inkomen dat hoger ligt dan het bestaansminimum. Dit is vanuit het oogpunt van bijstandsverlening niet aanvaardbaar en het betreffen immers giften die kunnen worden aangewend voor levensonderhoud. Deze giften dienen dan ook verrekend te worden met de bijstand volgens artikel 32 lid 1 en artikel 58 lid 4 van de wet. Indien dit niet (meer) mogelijk is, dient (voor het resterende gedeelte) een terugvordering opgesteld te worden.
Er zijn situaties denkbaar waarin een gift wel aan het vermogen moet worden toegerekend. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de gift een auto betreft. Als de auto een waarde heeft die lager is dan de vrijlating voor een auto volgens het huidige beleid, heeft dit voor de vermogensvaststelling geen consequentie. Dit, voor zover de belanghebbende niet over een andere auto beschikt waarop al een vrijlating is toegepast. Indien de waarde van de auto meer bedraagt dan de vrijlating, wordt de waarde van de auto volledig aangemerkt als vermogen (zie ook beleidsregels Vermogensvaststelling gemeente ’s-Hertogenbosch).
Artikel 3. Giften voor bijzondere kosten
Eerste lid: giften voor kosten waarvoor bijzondere bijstand mogelijk is, worden niet tot de middelen gerekend waar in de bijstand rekening mee moet worden gehouden. Dit is ook het geval wanneer de bijzondere bijstand een maximale vergoeding kent en de gift hoger is.
Voorbeeld
Voor de aanschaf van een nieuwe bril is de vergoeding vanuit de bijzondere bijstand maximaal
€ 180,00. Belanghebbende kiest voor optionele extra’s (zoals dunne glazen), waardoor de bril uitkomt op € 300,00. In dat geval wordt een gift van € 300,00 volledig buiten beschouwing gelaten.
Tweede lid: er kunnen situaties zijn waarin de gemaakte kosten vanuit medisch oogpunt wel wenselijk zijn, maar waarvoor geen bijzondere bijstand voor mogelijk is. In dat geval kan de gift vrijgelaten worden, mits deze de levensstandaard niet verhoogt.
Voorbeeld:
Dit is bijvoorbeeld het geval indien de belanghebbende een gift ontvangt voor het aanschaffen van een medisch hulpmiddel zoals een scootmobiel. Of iets medisch wenselijk is zal door de belanghebbende moeten worden aangetoond (bijvoorbeeld door een verklaring van een zorgprofessional zoals een huisarts).
Derde lid: dit artikel biedt voldoende ruimte om onverplichte verstrekkingen van werkgevers aan werknemers buiten beschouwing te laten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een kerstpakket of een tegoedbon.
Artikel 4. Giften in afwachting van de afhandeling van de bijstandsaanvraag
Eerste lid: als gevolg van een eventuele lange behandelingsduur door de gemeente kan het zijn dat familie bijspringt voor de meest belangrijke uitgaven. De gemeente maakt de keus deze - door de familie als overbrugging bedoelde betalingen, vaak gedaan zonder een afdwingbare terugbetalingsverplichting - tot de aangegeven hoogte niet toe te rekenen aan het maximale drempelbedrag.
Tweede lid: het gedeelte van de gift dat de maandelijkse bijstandsnorm overschrijdt, wordt meegeteld mee voor het bereiken van het drempelbedrag.
Voorbeeld:
De van toepassing zijnde bijstandsnorm is € 500,00 per maand voor de belanghebbende. De ontvangen gift bedraagt € 800,00. De overschrijding van € 300,00 op de bijstandsnorm wordt in mindering gebracht op het drempelbedrag van € 1.200,00.
Artikel 5. Giften in verband met schulden
De Participatiewet biedt maar beperkte mogelijkheden tot bijstandsverlening voor schulden. Het hebben van problematische schulden is echter in algemene zin een belemmering in het sociaal functioneren. Giften in de vorm van afbetaling van schulden kunnen daarom worden vrijgelaten als de aflossing van de schuld, naar het oordeel van het college, de eventuele re-integratie en/of schuldhulpverlening ten goede komt.
Om de gift vrij te kunnen laten dient de afbetaling van de schuld rechtstreeks aan de schuldeiser plaats te vinden. Daarnaast dienen het schulden te zijn die geen betrekking hebben op de bijstandsperiode: de schulden zijn dus vooraf aan de bijstandsperiode ontstaan. Door een rechtstreekse betaling aan de schuldeiser ontstaat een voor de belanghebbende onherroepelijk karakter.
Een (nog) niet opeisbare schuld wordt niet als een problematische schuld beschouwd.
Hoofdstuk
Artikel 2.
Giften
Onderdeel van Beleidsregels giften en schadevergoedingen Participatiewet ’s-Hertogenbosch 2021