Een subsidieaanvraag voor een project als bedoeld in artikel 5 wordt aan de volgende vereisten getoetst:
het project voldoet aan de doelstelling zoals geformuleerd in artikel 3 en
het project wordt uitgevoerd op één van de aangewezen werklocaties, zoals opgenomen in bijlage 1, behoudens de bevoegdheid om van genoemde locaties af te wijken zoals verwoord in artikel 5 lid 3, en;
de aanvrager investeert, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit het aantrekken van vreemd vermogen dan wel uit verkregen subsidie niet verstrekt door één van de bij de SGE aangesloten bestuursorganen noch de provincie, minimaal 50% van de totale projectomvang en;
de projectaanvraag heeft betrekking op minimaal een projectomvang van € 500.000,-, en;
de betrokken SGE-gemeente waarin het project is gelegen heeft schriftelijk laten weten dat zij positief staat tegenover het voorgenomen project en zich actief zal inspannen, binnen de wettelijke kaders, om het project (bestuursrechtelijk) mogelijk te maken en;
er is sprake van een sluitende businesscase en;
voldoende is aangetoond dat het project zonder subsidie in de vorm van lening of garantstelling niet gerealiseerd kan worden en;
het project waar de aanvraag betrekking op heeft start binnen 1 jaar na datum beschikking lening dan wel garantstelling, waarbij het bestuur de bevoegdheid heeft deze termijn één keer met 1 jaar te verlengen.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt een subsidie alleen verleend indien na beoordeling van de businesscase blijkt dat door toevoeging van het project op basis van het worstcase scenario, de gemiddelde revolverendheid niet onder de 50% uit komt.
Artikel 8
Subsidievereisten
Onderdeel van Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021)