Naar hoofdinhoud
In de inventarisatiefase bij de opmaak van dit GVVP is gebleken dat de waardering aangaande het fietsklimaat de afgelopen jaren sterk is gestegen. Desondanks blijkt uit reacties van de bewoners en de fietsersbond dat er verbeteringen mogelijk zijn. De gemeente wil zich daarom blijven inzetten om het gebruik van de fiets voor lokale en regionale verplaatsingen te bevorderen. Daarbij wil de gemeente vooral uitgaan van maatregelen die fietsen aantrekkelijker maken - niet van maatregelen die autorijden onaantrekkelijker maken. De gemeente werkt daarbij zo veel mogelijk samen met Provincie, Hoogheemraadschap en de buurgemeenten. Het stimuleren van de fietsverplaatsingen door goede fietsvoorzieningen te bieden wordt als een belangrijk speerpunt binnen het totale verkeersbeleid gezien. Zowel in de kernen als in de verbinding tussen de kernen zijn verbeteringen op te voeren. Door de fietsersbond wordt specifiek de stad Medemblik en het dorp Wervershoof genoemd voor verbetering aan de fietsvoorzieningen. Onveilige oversteeklocaties, slecht onderhouden fietspaden en fietsvoorzieningen vragen om verbetering. Ook voldoende veilige fietsparkeervoorzieningen zijn nodig. Dit laatste past in een beleidslijn waarin fietsgebruik wordt gestimuleerd en past bij een visie om de parkeerdruk in het centrum van Medemblik te verlichten. 4.1.1 Fietsnetwerk: utilitair en recreatief Een fietsvriendelijk beleid kenmerkt zich doordat alle bestemmingen voor het fietsverkeer op een aantrekkelijke, comfortabele, directe, veilige en snelle manier bereikbaar zijn. Fietsroutes leiden dus langs dergelijke voorzieningen en vormen samen een netwerk. De kwaliteit van het netwerk wordt bepaald door een samenhang van fietsroutes en door een goede bewegwijzering. Bij het fietsnetwerk wordt daarbij onderscheid gemaakt in utilitair fietspaden en recreatieve fietspaden. Utilitaire fietsroutes Om het gebruik van de fiets te stimuleren is het van belang een kwalitatief goed en fijnmazig netwerk van directe, comfortabele en veilige fietsvoorzieningen aan te bieden. Fietsvoorzieningen op deze routes zijn bedoeld om omliggende kernen met elkaar te verbinden. Binnen kernen zijn de utilitaire fietsvoorzieningen bedoeld om directe, veilige en comfortabele routes aan te bieden vanuit de woonwijken naar het centrum, openbare voorzieningen (sportcomplexen), (middelbare) scholen en werkgelegenheidsconcentraties. De routes lopen veelal mee met het autonetwerk. Gekoppeld aan de wegencategosering worden wegen al dan niet voorzien van de fietsvoorzieningen. Binnen de bebouwde kom worden overal fietsvoorzieningen toegepast met uitzondering van 30 km/uur-gebieden. In de woongebieden die ingericht zijn als 30-zone kan overal gefietst worden, zonder aparte fietsvoorzieningen. Gebiedsontsluitingswegen (50 km/uur) worden bij voorkeur voorzien van vrijliggende fietspaden. Gebiedsontsluitingswegen-min (streefsnelheid 40 km/uur) worden voorzien van rode suggestiestroken. Bijlage 7 toont een kaart met daarop de aanwezige fietsvoorzieningen in Medemblik en de extra gewenste fietsvoorzieningen. Recreatieve fietsroutes Het recreatieve fietsnetwerk wordt gevormd door de fietspaden en wegen welke door het landschap kronkelen. Alle paden en wegen waarop fietsers zijn toegestaan kunnen een aantrekkelijke route vormen voor het recreatieve fietsverkeer. Het recreatieve netwerk bevat in beginsel dan ook alle toegankelijke wegen en paden. De wegen en paden die echt aantrekkelijk zijn voor recreanten zijn veelal opgenomen in bewegwijzerde routes van de ANWB, het zogenaamde netwerk met fietsknooppunten. De kwaliteitseisen wijken gedeeltelijk af van de utilitaire routes. Zo is de kwaliteitseis directheid minder van belang. Recreatieve routes vallen in beginsel onder het recreatiebeleid, maar afstemming is noodzakelijk omdat beide netwerken elkaar overlappen. In paragraaf 7.1 wordt het netwerk getoond, en nader ingegaan op de fietsknooppunten. Prioritering fietsvoorzieningen Omdat het aanbieden van kwalitatief hoogwaardige fietsverbindingen op of naast alle wegen tot ruimtelijke en financiële knelpunten leidt is een prioriteitstelling noodzakelijk. Prioriteit voor maatregelen ligt bij de utilitaire verbindingen. 4.1.2 Suggestiestroken Bij de inrichtingskenmerken van de gehanteerde wegcategorieën in de gemeente Medemblik wordt aangeven of fietsvoorzieningen gewenst zijn (bijlage 4). Bij gebiedsontsluitingswegen-min worden suggestiestroken toegepast, welke bedoelt zijn als fietsvoorziening. In Nederland is veel discussie over het al dan niet toepassen van suggestiestroken, en de wijze waarop: rood asfalt of grijs (dezelfde kleur van de rijbaan). Suggestiestroken hebben geen juridische status (een fietsstrook met fietssymbool daarentegen wel), maar het toepassen van suggestiestroken is de afgelopen decennia gemeengoed geworden in Nederland. Zowel het autoverkeer als het fietsverkeer lijkt goed te begrijpen welke verkeersgedrag van ze wordt verlangd (positie op de weg) en de ervaringen zijn overwegend positief. Suggestiestroken hebben vooral een positief effect op de ervaren (subjectieve) verkeersveiligheid. Er is geen betrouwbaar onderzoek uitgevoerd naar de werkelijke (objectieve) verkeersveiligheid (relatie tussen het aantal ongevallen en de toepassing van suggestiestroken). In de gemeente Medemblik zijn de meeste gebiedsontsluitingswegen-min voorzien van suggestiestroken met rood asfalt. Door suggestiestroken van rood asfalt te voorzien wordt het contrast en de attentiewaarde verhoogd, waardoor de bijdrage aan de subjectieve verkeersveiligheid ook verhoogd wordt. De gemeente Medemblik wil deze ingezette lijn met rode suggestiestroken voortzetten zodat de herkenbaarheid van dit type wegen behouden blijft. 4.1.3 Uitbreiding fietsnetwerk Het totale fietsnetwerk, dat opgebouwd is uit utilitaire en recreatieve routes, is redelijk fijnmazig. Langs de kernen die worden verbonden met erftoegangswegen (60 km/uur) of gebiedsontsluitingswegen (80 km/uur) zijn vrijliggende fietspaden of zelfs parallelwegen opgenomen. Dit betreft dan de drukst bereden wegen. Ondanks het redelijk fijnmazige netwerk is een kwaliteitsslag te rechtvaardigen vanwege de recreatieve en toeristische kwaliteiten en potenties die de gemeente Medemblik rijk is. Het stimuleren van fietsgebruik wordt gezocht in het toevoegen van een klein een aantal (ontbrekende) schakels en het creëren van veilige en kwalitatieve hoogwaardige routes. Een voorbeeld daarvan is het fietspad langs de Kleine Vliet welke start bij de Droge Wijmersweg. Dit is nu nog een doodlopend recreatief fietspad. Het doortrekken van dit fietspad naar de zuidelijke buitenwijk(en) scheelt veel omrijden voor fietsers. Bovendien is Medemblik dan een mooi fietsroute langs de Kleine Vliet rijker. Als het gaat om veiligheid van de fietsroutes dan gaat de aandacht vooral uit naar locaties waar autoroutes en fietsroutes elkaar kruisen. Een voorbeeld daarvan is de kruising van het fietspad ‘Opperdoezerpad’ (langs spoorlijntje) met de Markerwaardweg, waar een fietstunneltje gewenst is. 4.1.4 Eisen aan fietsnetwerk De gemeente ziet het fietsgebruik op woon-werk en woon-school relaties binnen de gemeentegrenzen en van/naar de grotere kernen in de directe omgeving als een kansrijk alternatief voor de auto. Een aantrekkelijk netwerk voor fietsverkeer vertaalt zich in een netwerk dat directe verbindingen tussen herkomst en bestemming mogelijk maakt en waarover veilig en comfortabel kan worden gefietst. De hoofdeisen aan het fietsnetwerk zijn: Samenhang: de fietsinfrastructuur vormt een samenhangend geheel en sluit aan op herkomst en bestemmingen van fietsers. Het recreatieve fietsnetwerk dient goed bereikbaar te en gemeentelijke fietsnetwerk goed aangesloten op het regionale fietsnetwerk. Directheid: de fietsinfrastructuur biedt de fietsers steeds een zo direct mogelijke route. De wensen vanuit de klankbordgroep (kernraden en de fietsersbond) zullen tijdens de uitwerking van het fietsnetwerk leiden tot logische aanvullingen op het te creëren fietsnetwerk. In de communicatieve sfeer is ook aandacht nodig aan bebording en verwijzing van de fietsroutes (fietsers) door de gehele gemeente. Op deze manier bestaat de directheid niet alleen in zichtbare fietsroutes, maar ook in de duidelijke directe plaats die de fietsroutes in het verkeersbeeld van de gemeente krijgt (of verstevigt). Aantrekkelijkheid: de fietsinfrastructuur is zodanig vormgegeven en in de omgeving ingepast dat fietsen aantrekkelijk is. Daarbij speelt beschikbaarheid van goede informatie), correcte bewegwijzering en voldoende en goede stallingsvoorzieningen een rol; Veiligheid: de fietsinfrastructuur waarborgt de verkeersveiligheid van fietsers en overige weggebruikers. Het gaat hierbij niet alleen om de werkelijke verkeersveiligheid, maar ook om beleving van de mensen. Maatregelen zijn gericht op veilige fietsinfrastructuur, maar liggen ook in de communicatieve sfeer ter verbetering van het verkeersveiligheidsgevoel van de fietsers, de (sociaal)veiligheid. Dit samen leidt tot een imagoverbetering van het fietsverkeer in de gemeente. Comfort: de fietsinfrastructuur maakt een vlotte en comfortabele doorstroming van het fietsverkeer mogelijk (vlakke fietspaden, geen boomwortels e.d.). Een groot deel van de weginfrastructuur binnen de gemeente is niet in eigendom en beheer bij de gemeente zelf, maar bij het Hoogheemraadschap en de Provinciale en Rijksoverheid. Over de fietsvoorzieningen heeft de gemeente dan ook geen zeggenschap. Indien de gemeente extra voorziening wil, zal zij wel zelf initiatief (moeten) nemen. Voor de gemeente ligt bij utilitaire fietspaden de nadruk op veiligheid, directheid en comfort van de verbinding. Daar waar veilige, directe, comfortabele verbindingen aanwezig zijn kan gekeken worden naar het verhogen van de aantrekkelijkheid van de route. De vormgeving van de fietsvoorziening hangt samen met het gebruik en moet per situatie worden bekeken. Verhoging van de veiligheid kan bijvoorbeeld door vrijliggende fietspaden te realiseren, maar ook door fietsoversteken veiliger vorm te geven. Tabel 4.1 geeft kruispuntvormen en/of de voorrang regelingen aan bij kruisingen met autoroutes. Wegcategorie Kruispuntvorm Gebiedsontsluitingswegen BUBEKO2 Buiten de bebouwde kom Ongelijksvloers, Rotonde of VRI Gebiedsontsluitingswegen BIBEKO3 Binnen de bebouwde kom Rotonde of VRI of voorrangskruispunt Gebiedsontsluitingswegen-min BIBEKO Voorrangskruispunt Erftoegangswegen BUBEKO Voorrangskruispunt Erftoegangswegen BIBEKO Geen maatregelen: bestuurders van rechts gaan voor Tabel 4.1: Kruispuntvormen bij kruising fiets- en autoroutes Bij de inrichting van het fietsnetwerk streeft de gemeente ernaar aan te sluiten bij CROW publicatie-230 Ontwerpwijzer Fietsverkeer, zowel voor utilitaire als voor recreatieve paden. Naast een passend netwerk zijn ook goede en voldoende fietsenstallingen, goede verlichting en een comfortabele verharding van belang. Het gehele fietsnetwerk dient bovendien afgestemd te worden op de eisen die worden meegegeven vanuit de recreatieve en toeristische sector. Bij toepassing van fietsvoorzieningen gaat de gemeente uit van minimum breedtes. Deze breedtes komen voort uit de algemene eisen die gesteld mogen worden aan fietsvoorzieningen en zijn conform de Ontwerpwijzer Fietsverkeer: • Suggestiestroken (bij ruimtegebrek breedte rijloper flexibel) 1,25 m. • Fietsstrook (met fietssymbool) 1,50 m. • Vrijliggend fietspad één richting 2,00 m. • Vrijliggend fietspad twee richtingen 3,00 m. 4.1.5 Uniformiteit voorrangsregeling bij rotondes Bij rotonde is de rijsnelheid van het autoverkeer laag. Om het fietsgebruik te stimuleren gaat bij rotondes de voorkeur uit naar een voorrangssituatie voor fietsers, mits dit verkeersveilig kan plaatsvinden. Omdat de snelheidslimiet buiten de bebouwde kom hoger ligt (en ook de doorrijsnelheid op de rotonde hoger ligt vanwege een ruimere boogstraal) dan binnen de bebouwde kom wordt het veiligheidsrisico voor fietsers in de voorrang te groot geacht. Om die reden wordt voor een tweedeling gekozen: Binnen de bouwde kom krijgt de fietser voorrang; buiten de bebouwde kom krijgt de auto voorrang. Deze regeling wordt landelijk doorgevoerd. Omwille van uniformiteit en herkenbaarheid voor de weggebruiker wordt in de gemeente Medemblik aangesloten op deze landelijke richtlijn (CROW-publicatie 126 en 126A ‘eenheid in rotondes’). 4.1.6 Fietsparkeren Veilige en dicht bij de bestemming gelegen fietsparkeerplaatsen zijn een belangrijk aandachtspunt in het fietsbeleid. Vooral in de kernen bij de (buurt)winkelcentra zijn parkeerplaatsen gewenst. Maar ook bij openbare voorzieningen zoals dorpshuizen, scholen, sportcomplexen en OV-(bus)haltes streeft de gemeente naar voldoende bruikbare en veilige fietsparkeerplaatsen. De voorkeur wordt gegeven aan parkeerrekken die zijn opgenomen in de lijst ‘fietsparkeur’ zoals opgesteld door de Fietsersbond. Deze fietsrekken zijn geselecteerd omdat kans op schade aan fietsen minimaal is.

Rechtspraak bij dit artikel