Naast de reguliere balans van parkeerplaatsen is het belangrijk om voldoende parkeerplaatsen voor gehandicapten te hebben. Voor een optimaal gebruik van de aanwezige capaciteit is het essentieel dat de plaatsen voldoende groot zijn en een gunstige ligging hebben. Ook dient rekening gehouden te worden met een minimale loopafstand tot de openbare voorzieningen. Hierbij geldt maximaal 100 meter als richtlijn.
In de woongebieden is het gebruikelijk en gebruikersvriendelijk dat parkeerplaatsen gereserveerd worden voor specifiek één voertuig (op kenteken). Dit is geregeld de
notitie ‘beleidsregels minder validen parkeren’. In deze notitie wordt ook geregeld wanneer men in aanmerking komt voor een MIVA-plaats op kenteken. De ervaring leert dat het gebruik van deze plaatsen over het algemeen erg hoog ligt. In principe worden bij openbare voorzieningen geen plaatsen op kenteken gerealiseerd (uitzonderingen zijn voor een minder valide personeelslid van deze openbare voorzieningen).
Bij het parkeren voor algemene gehandicaptenparkeerplaatsen geldt een verhouding van 1 op de 50 parkeerplaatsen als richtlijn. Ook kan het voorkomen dat de vraag naar het werkelijk aantal benodigde parkeerplaatsen voor gehandicapten zeer locatiespecifiek is. Hier is het gewenst om per situatie na te gaan hoeveel plaatsen nodig zijn.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4
Minder validen parkeren
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent gemeentelijk verkeer en vervoer