Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA2023, zijn aan subsidie op basis van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden:
de aanvrager administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEB-vrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de subsidiabele activiteiten bedoeld in artikel 5, op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afscheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie;
de gesubsidieerde zonnepaneleninstallaties dienen binnen 1 jaar na de subsidieverlening te zijn gerealiseerd; tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een passende verklaring, binnen de gestelde termijn ontvangt;
voor zover vereist, dient de aanvrager vergunning te verkrijgen voor de subsidiabele activiteiten; en
De ontvanger dient aan de door het college met controle belaste personen op verzoek:
inzage te verlenen in de op de subsidieaanvraag betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;
de gelegenheid te geven tot het controleren en kopiëren van alle documenten die betrekking hebben op de uit te voeren en uitgevoerde werkzaamheden;
alle inlichtingen te verstrekken, die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het beoordelen of de regeling juist is toegepast en de voorschriften bij subsidieverlening zijn nageleefd; en
toegang te verlenen tot de onroerende zaak waarop de subsidieverlening betrekking heeft.
De aanvrager bevordert met de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten de totstandkoming van werkgelegenheid en opleidingsplekken op het gebied van installatie en onderhoud van zonnepaneleninstallaties.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.10
Aanvullende verplichtingen
Onderdeel van Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie