Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.8

Weigeringsgronden

Onderdeel van Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie

1. . In aanvulling op artikel 8, eerste lid, van de ASA 2023 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten indien: de factuurdatum voor de aanleg van de zonnepaneleninstallaties van voor 1 juli 2024 is; de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van de regeling; het gebouw waarop of waarin de zonnepanelen gemonteerd worden niet in Amsterdam gelegen is; de ondernemer, niet zijnde de woningcorporatie, niet aan de vrijstellingsvoorwaarden van de de-minimisverordening voldoet; de aanvrager gedurende het tijdvak dat op de aanvraag van toepassing is al tweemaal eerder op grond van deze regeling subsidie verleend heeft gekregen voor de aanleg van een zonnepaneleninstallatie; de aanvrager een woningcorporatie is en de zonnepaneleninstallaties al gerealiseerd is voordat de aanvraag is ingediend. 2. . In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als: de kosten voor de uitvoering van de voorzieningen waarvoor een subsidieaanvraag wordt gedaan niet in redelijke verhouding staan tot het beoogde resultaat; de offertedatum voor de aanleg van de zonnepaneleninstallatie ouder dan 3 maanden is; het gebruik van lichtgewicht zonnepanelen niet noodzakelijk is of als deze noodzaak niet voldoende onderbouwd is; indien op grond van de subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie al eerder subsidie is verleend of vastgesteld voor deze activiteit; verlening ertoe zou leiden dat de aanvrager gedurende het huidige tijdvak van het subsidieplafond op grond van dit hoofdstuk meer dan €100.000 subsidie verleend zou krijgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel