Dit artikel heeft een duidelijk verband met de bepalingen in artikel 3 en 4 van deze beleidsregels waarbij het gaat om eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en motivatie van de belanghebbende. Beschreven is in dit artikel wanneer schuldhulpverlening kan worden geweigerd of beëindigd, dit is geen limitatieve opsomming.
Het college heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting. Dit geeft het college de ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien. Altijd zal een beoordeling moeten plaatsvinden naar de feiten en of omstandigheden in de individuele situatie. De beoordeling van de persoonlijke omstandigheden vereist maatwerk.
Fraudevorderingen
Een persoon die fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft gehad en daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd, kan worden uitgesloten van schuldhulp. De bevoegdheid om hulp te weigeren aan diegenen met fraudeschulden, wordt als mogelijkheid geboden door artikel 3 Wgs.
Het gaat om openstaande fraudevorderingen bij een bestuursorgaan die is geconstateerd binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek om schuldhulpverlening.
Bij het bepalen van deze termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels mee. Ligt de ontdekkingsdatum van de fraude vóór vijf jaar terug, dan zijn er geen redenen om het verzoek tot schuldhulpverlening te weigeren, mits er geen andere redenen tot weigering aanwezig zijn. Er is nadrukkelijk voor de vijf-jaar termijn gekozen om aan te sluiten bij de termijn zoals die geldt bij de toegang tot de WSNP (het wettelijk traject). Indien de ontdekkingsdatum niet vast te stellen is, wordt de datum van de veroordeling of het opleggen van de sanctie gehanteerd.
Hersteltermijn
Als de verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. Maar voor dat te doen wordt de verzoeker éénmalig een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn conform de Awb. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting. Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten tot weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid wordt een eenmalige hersteltermijn voldoende geacht.
Als schuldeisers weigeren mee te werken, dan geldt de hersteltermijn niet.
Artikel 5.
Weigerings- en beëindigingsgronden en hersteltermijn
Onderdeel van Beleidsregels toelating tot de schuldhulpverlening Vlieland 2021