Naar hoofdinhoud

Artikel 3.6

Regulering

Onderdeel van Beleidsplan Huisvesting Arbeidsmigranten West Betuwe

Hoewel regulering altijd administratieve lasten voor zowel de gemeente als de huisvester inhoudt, is deze toch wenselijk. Juist omdat arbeidsmigranten een vaak onzichtbare en kwetsbare groep vormen, moeten er voldoende waarborgen zijn voor goede, veilige en gelegaliseerde huisvesting. Bovendien moet voorkomen worden dat de huisvesting leidt tot overlast voor omwonenden. Het gaat daarbij zowel om het verlenen van een (al dan niet tijdelijke) omgevingsvergunning als om het aan banden leggen van de kamergewijze verhuur. Daarnaast is de vergunning of melding brandveilig gebruik aan de orde. Omgevingsvisie De belangrijkste uitgangspunten voor de huisvesting van arbeidsmigranten zullen worden opgenomen in de op te stellen omgevingsvisie voor de gemeente West Betuwe. Het gaat bijvoorbeeld om de noodzaak van passende huisvesting voor de buitenlandse werknemers in onze gemeente. Deze dient veilig, duurzaam, leefbaar en gezond te zijn; zowel voor de werknemer als voor de directe omgeving van de huisvestingslocatie. Dat betekent dat voor zowel ‘short stay’ en ‘mid stay’ huisvesting geboden zal worden bij agrarische bedrijven als in de vorm van enkele grootschalige complexen, bij voorkeur nabij de bedrijven waar de werknemers werken. Nader bezien zal worden of en hoe kamergewijze verhuur in bestaande woningen kan worden tegengegaan. Omgevingsvergunning voor huisvesting arbeidsmigranten Voor de huisvesting anders dan kamergewijze verhuur is een permanente of tijdelijke omgevingsvergunning noodzakelijk. Waar mogelijk wordt een permanente omgevingsvergunning verleend op basis van de kruimelregeling. Deze regeling is een relatief snelle route om van een bestemmingsplan af te kunnen wijken. Voor deze regeling geldt een voorbereidingsprocedure van 8 weken. Wordt na verlening van de vergunning door het college geen bezwaar gemaakt, dan is vervolgens sprake van een onherroepelijke vergunning. De regeling zal met name voor huisvesting bij agrarische bedrijven worden gehanteerd. Voor grootschalige complexen is een bestemmingsplanwijziging nodig. Een tijdelijke omgevingsvergunning kan voor maximaal 15 jaar worden verleend. Voor geconcentreerde huisvesting buiten de agrarische bedrijven (zoals bij het Veilingterrein) is dit veelal te kort, zodat sprake moet zijn van een permanente omgevingsvergunning. Voor bestaande locaties die nu volgens het bestemmingsplan niet zijn toegestaan, zal moeten worden beoordeeld of zij wenselijk zijn en aan de kwaliteitseisen voldoen. Bij een positief oordeel kunnen ze worden gelegaliseerd. Reguleren logies en kamergewize verhuur De gemeente kan met verschillende instrumenten de kamergewijze verhuur reguleren en eventueel aan banden leggen. Deze instrumenten gelden overigens voor alle vormen van kamergewijze verhuur en niet specifiek voor de verhuur aan arbeidsmigranten. Afgezien zal worden van bestemmingsplannen via een paraplubestemmingsplan om kamergewijze verhuur tegen te gaan, aangezien dit met het inwerkingtreden van de Omgevingswet begin 2022 niet langer mogelijk is. In een nieuw artikel 2.40 van de APV zijn voorwaarden opgenomen over het afgeven van een vergunning voor een kamerverhuurbedrijf anders dan een logiesgebouw of -verblijf. Het artikel kent echter weinig verplichtende maatregelen. Zo staan er geen sancties op het niet invullen van het nachtregister, is er geen beperking voor de omvang van de kamergewijze verhuur c.q. het aantal arbeidsmigranten per straat; wordt niet gewerkt met meldingen/vergunningen in het kader van de brandveiligheid en vinden geen aanschrijvingen plaats. Aanscherping van de APV is dan ook wenselijk. Sinds enkele jaren experimenteren enkele gemeenten met de verhuurdersvergunning. Deze vergunning beoogt wanpraktijken van kamerverhuurders en bemiddelingsbureaus tegen te gaan. Een vergunning wordt afgegeven na eventueel een Bibop onderzoek en kan bij slecht gedrag worden ingetrokken. Zo behoedt de gemeente huurders (waaronder arbeidsmigranten) voor wanpraktijken. Minister Ollongren van het ministerie van BZK overweegt te komen tot een landelijke uniformering van de aanpak van malafide verhuurders voor zowel gemeenten, huurders als verhuurders. De huidige pilots bieden echter nog geen sluitend antwoord of een uniformerend kader kan worden gevormd voor een verhuurdervergunning die enerzijds een vaste vorm kent maar ook lokaal maatwerk mogelijk laat. 15 Brief minister Ollongren aan de Tweede Kamer ‘Excessen op de huurwoningmarkt’ 6 november 2020 De gemeente wacht dit daarom voorlopig af. Voor commerciële logiesverstrekkende verhuurders, bijvoorbeeld bij een overnachtingscapaciteit voor meer dan 10 personen, kan de gemeente de eis stellen dat dit alleen mogelijk is op basis van een exploitatievergunning. Hierin staan de voorwaarden waaronder logies verstrekt mag worden. Melding of vergunning brandveilig gebruik Volgens artikel 15.1 van het Bouwbesluit is de eigenaar verplicht om in het kader van brandveiligheid (in het geval van West Betuwe bij de ODR) te melden dat hij/zij overnachting biedt aan vijf of meer personen. Bij bedrijfsmatige verhuur of verhuur aan meer dan 10 personen is volgens ditzelfde artikel een omgevingsvergunning brandveilig gebruik vereist. Dit gaat vanaf 2022 deel uitmaken van de omgevingsvergunning. Handhaving Het afgeven van vergunningen houdt in dat waar nodig ook sprake moet zijn van controle en handhaving. Voordeel van vergunningverlening is dat de gemeente ook zicht krijgt op de beschikbare capaciteit voor de huisvesting van arbeidsmigranten en de kwaliteit en maatschappelijke gevolgen daarvan. De ervaring leert dat toezicht en handhaving in de praktijk niet eenvoudig is. Als dit systematisch wordt gedaan, vraagt het om een aanzienlijke en permanente inspanning. De gemeente zal (waar dit aan de orde is in samenwerking met politie en brandweer) meer aandacht gaan besteden aan de handhaving van gestelde regels (zie par. 4.3).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel