Het college hanteert deze beleidsregel bij het beoordelen of bij een aanvraag voor het uitvoeren van project, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit een activiteit waarop het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdelen a tot en met h of in artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is, een activiteit van dien invloed op de fysieke leefomgeving wordt verricht dat het verbod bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is.