Naar hoofdinhoud
In dit statuut wordt verstaan onder: Derivaten: verhandelbare contracten met als onderliggende waarde een geldlening (of belegging). Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Financiering: het inzetten van eigen vermogen of het aantrekken van benodigde financiële middelen op de geld- en kapitaalmarkt. Geldmarkt: de markt waarop financiële transacties met een looptijd korter dan een jaar plaatsvinden. Geldstromenbeheer: het managen van de geldstromen, zowel binnen de gemeente als tussen de gemeente en derden (betalingsverkeer). Intern liquiditeitsrisico: de risico’s van wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren- investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Kapitaalmarkt: de markt waarop financiële transacties met een looptijd langer dan een jaar plaatsvinden. Kasgeldlimiet: het bedrag (berekend op basis van een percentage (2021: 8,5) van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar), dat op basis van de Wet fido maximaal met kort geld (lees: in rekening courant dan wel via kortlopende leningen) gefinancierd mag worden. Koersrisico: het risico dat de financiële activa (zoals aandelen) in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Kredietrisico: de risico’s op een waardedaling van een vordering door het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Liquiditeitenbeheer: het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Liquiditeitenplanning: een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid. Rating: de inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Renterisico: het risico van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten door rentewijzigingen. Renterisiconorm: De renterisiconorm (= 20% van de het begrotingstotaal) geeft aan welk deel van de vaste schuld maximaal in aanmerking komt voor aflossing en/of renteherziening. Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van het renterisico op langlopende leningen of vaste schuld (met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. Rentetypische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. Saldobeheer: het beheer van de saldi op de diverse rekeningen. Rentevisie: toekomstverwachting over de renteontwikkeling. Treasuryfunctie: De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. Uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

Rechtspraak bij dit artikel