Naar hoofdinhoud
Voor risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten dienen de regels en bepalingen van dit treasurystatuut, de wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden in acht te worden genomen. Leningen en garanties mogen uitsluitend uit hoofde van de “publieke taak” worden verstrekt, waarbij vooraf advies van de afdeling Financiën & Control wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. Uitzettingen (van overtollige liquide middelen) in het kader van de treasuryfunctie hebben een prudent karakter en zijn niet gericht op het genereren van inkomsten door het aangaan van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut en de wet fido. Voor uitzettingen in het kader van treasury worden alleen producten gebruikt waarbij de hoofdsom aan het einde van de looptijd gegarandeerd is. De treasuryactiviteiten worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. De liquiditeitenplanning bestaat uit een liquiditeitenplanning op korte termijn (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 4 jaar. Er wordt geen gebruik gemaakt van derivaten. Financieringstransacties en garanties vinden uitsluitend plaats in euro’s.

Rechtspraak bij dit artikel