Naar hoofdinhoud
Wetten zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz) en de Jeugdwet kunnen voorliggend zijn op ondersteuning vanuit de Wmo 2015. Dit kan reden zijn om een aanvraag voor een maatwerkvoorziening af te wijzen. De afbakening tussen deze verschillende wetten vloeit voort uit landelijke wet- en regelgeving. Hieronder wordt beschreven welke wetgeving en voorzieningen voorliggend kunnen zijn op de Wmo 2015. Wet langdurige zorg (Wlz) Op grond van art. 2.3.5 lid 6 Wmo 2015 kunnen aanvragen voor een Wmo-maatwerkvoorziening afgewezen worden indien de inwoner aanspraak heeft op een Wlz-voorziening. Het recht op zorg vanuit de Wlz wordt vastgesteld door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Iemand heeft recht op zorg vanuit de Wlz wanneer die persoon vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan: permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel, of; 24 uur-zorg in de nabijheid, omdat de cliënt zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en om ernstig nadeel te voorkomen. Onder permanent toezicht wordt verstaan: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen (art. 3.2.1 lid 2 sub b Wlz). Onder ernstig nadeel wordt verstaan: een situatie waarin de verzekerde (art. 3.2.1 lid 2 sub c Wlz): zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten; zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen; ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen; ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt. Indien er sprake is van een recht op zorg vanuit de Wlz of een vermoeden daarvan, geeft de gemeente tijdig uitleg aan de cliënt over de Wlz, over hoe een aanvraag kan worden ingediend en welke consequenties dat heeft voor de zorg en de kosten daarvan (eigen bijdrage). Indien het nodig is, biedt de gemeente tijdelijke ondersteuning tot het moment waarop de Wlz-indicatie kan worden verzilverd. Mocht de cliënt weigeren mee te werken aan het aanvragen van Wlz-zorg, terwijl het vermoeden bestaat dat de cliënt wel degelijk aanspraak heeft op de Wlz en dit ook in het belang van de cliënt zou zijn, dan kan een Wmo-maatwerkvoorziening worden geweigerd. Dit om de cliënt ertoe te bewegen om wel een aanvraag in te dienen bij de Wlz en uiteindelijk te realiseren dat in het belang van de cliënt en zijn omgeving de meest passende zorg wordt geboden. Zorgverzekeringswet (Zvw) Naast ondersteuning thuis vanuit de Wmo 2015 kan ook zorg thuis worden geboden vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Het gaat hierbij om verpleging en verzorging. De vraag of ondersteuning vanuit de Zvw of Wmo 2015 moet worden geboden, speelt vooral bij de persoonlijke verzorging. Persoonlijke verzorging wordt vanuit de Zvw geboden wanneer er sprake is van een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. Dit is het geval als: Er geen Wlz-indicatie is, en; De gezondheidssituatie snel verandert en slechter wordt (er is een hoog risico op behoefte aan geneeskundige zorg), en; Er al veel zorg is vanuit de huisarts en het ziekenhuis (er is al behoefte aan geneeskundige zorg), en; De cliënt vanuit medische redenen niet zelf kan eten en/of drinken. Bijvoorbeeld om het eten in de mond te krijgen of als er kans is op verslikgevaar. Persoonlijke verzorging wordt vanuit de Wmo 2015 geboden wanneer er geen behoefte is aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop en wanneer de verzorging samenhangt met de behoefte aan begeleiding. Het gaat om begeleiding bij de ADL, zoals: in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact. Dit betekent dat de cliënt zelf de verzorging nog kan doen, maar hierbij begeleiding nodig heeft. Jeugdwet Ondersteuning aan ouders kan zowel vanuit de Wmo 2015 als de Jeugdwet worden geboden. De centrale vraag hierbij is of het gaat om opvoedingsondersteuning of begeleiding bij het aanbrengen van structuur bij de ouder zelf. De opvoedingsondersteuning voor alle ouders, ook die van kinderen met een beperking, valt onder de Jeugdwet. Naast deze ondersteuning maakt de Jeugdwet ook medisch kinderdagverblijf, specialistische hulp thuis en tijdelijke opname mogelijk. Om de zelfredzaamheid van ouders te bevorderen kan in sommige gevallen Wmo-ondersteuning worden ingezet, naast de opvoedingsondersteuning vanuit de Jeugdwet. Arbeidsvoorzieningen In sommige gevallen is begeleiding bij arbeidsmatige activiteiten of aangepast werk mogelijk in het kader van de Ziektewet, WIA, Wajong of Wsw. Het uitgangspunt is dat pas wanneer dit niet kan, het mogelijk is om dagbesteding vanuit de Wmo 2015 aan te bieden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel