Algemene afwegingen
Wanneer een cliënt vanwege zijn beperkingen niet in staat is om een gestructureerd huishouden te voeren, dan kan huishoudelijke ondersteuning als maatwerkvoorziening worden verstrekt. Vooraf aan de inzet van hulp in het huishouden wordt altijd onderzocht wat de mogelijkheden zijn van de cliënt en zijn netwerk. Wellicht kunnen sommige huishoudelijke activiteiten nog door de cliënt zelf worden uitgevoerd. Daarnaast wordt van de cliënt verlangd dat hij meewerkt in het oplossen van zijn problemen en beperkingen door bijvoorbeeld de woning anders in te richten of de huishoudelijke werkzaamheden anders te plannen. Te denken valt aan het zo veel als mogelijk voorbereiden van de was, het ergonomisch verantwoord inrichten van de woning en het gebruiken van huishoudelijke apparaten zoals een wasmachine, droger of vaatwasser. Van de cliënt wordt verwacht dat hij alles doet wat in zijn vermogen ligt om herstel van de situatie te bevorderen.
Uit deze eigen verantwoordelijkheid vloeit ook voort dat, in het algemeen, het type en de grootte van de woning niet van invloed zijn op de hoeveelheid te verstrekken ondersteuning. Dit zijn keuzes waarop de cliënt zelf invloed kan uitoefenen en keuzes in kan maken. Dit geldt eveneens voor (het verzorgen van of aanvullende benodigde huishoudelijke taken door) huisdieren (niet zijnde hulphonden/dieren). Het zoeken van oplossingen hiervoor behoort in de eerste plaats tot de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt.
Resultaat
Als is vastgesteld dat huishoudelijke ondersteuning nodig is, dan wordt dat ingezet met oog op het bereiken van het resultaat: een schoon en leefbaar huis. Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Dit betekent dat de cliënt gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, een slaapruimte (die door de cliënt in gebruik is), de keuken, de sanitaire ruimtes en de gang/trap. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van de huishoudelijke ondersteuning.
De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. De standaarduren (voor een ‘Schoon en leefbaar huis’) richten zich op het uitvoeren van het lichte en zware schoonmaakwerk. Denk aan het afnemen van stof, stofzuigen, reinigen van ramen, vloeren en sanitair en bedden verschonen. Indien de cliënt regie kan voeren over zijn huishouden, mag van hem/haar worden verwacht dat de benodigde werkzaamheden worden geprioriteerd en er keuzes worden gemaakt.
Aanvullende uren ‘Schoon en leefbaar huis’
Beïnvloedende factoren voor meer of minder inzet van huishoudelijke ondersteuning
De volgende factoren kunnen maken dat er meer of minder ondersteuningstijd nodig is dan de opgenomen standaarduren:
Kenmerken cliënt
Mogelijkheden cliënt zelf: de fysieke mogelijkheden van de cliënt om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de cliënt mee.
Beperkingen en belemmeringen van de cliënt, die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. De hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, is leidend, niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerig, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme, etc. Dit kan op twee manieren uitwerken:
Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld chemokuur of Norovirus).
Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de cliënt voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD.
Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers: de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de cliënt en eventuele vrijwilligers, waardoor minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is, omdat een deel van de activiteiten door niet-professionals wordt gedaan.
Kenmerken huishouden
Samenstelling van het huishouden: het aantal personen en de leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet per sé extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp).
De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk). Dit staat nader beschreven in hoofdstuk 3 onder de paragraaf ‘gebruikelijke hulp’. Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimtes in gebruik. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is. De samenstelling van het huishouden kan dus op meerdere manieren invloed hebben op de uren ondersteuning.
Huisdieren: door de aanwezigheid van één of meer huisdieren in het huishouden, kan door meer vervuiling extra inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Een huisdier veroorzaakt niet altijd extra benodigde inzet. Een huisdier heeft voor de cliënt vaak ook een functie ten aanzien van participatie en eenzaamheidsbestrijding. In deze situaties vindt overleg plaats met de cliënt over het aantal huisdieren of de aard van de huisdieren, wat de verantwoordelijkheid hierin is van de cliënt en welke gevolgen dit heeft voor de omvang van de huishoudelijke ondersteuning. Het uitgangspunt is dat de gevolgen van huisdieren op de omvang van de schoonmaaktaak en het zoeken van oplossingen daarvoor in de eerste plaats tot de verantwoordelijkheid van de inwoner behoort.
Kenmerken woning
Inrichting van de woning: de cliënt kan extra inzet wensen bijvoorbeeld door de aanwezigheid van extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken. Het gaat met name om de extreme situaties, waarin de inrichting van het huis vraagt om een aanzienlijke extra ondersteuning. In die situaties wordt in overleg met de cliënt bekeken wat de mogelijkheden zijn. Van de cliënt wordt verwacht dat hij alles doet wat in zijn vermogen ligt om de beperkingen op te lossen of te verminderen. In de praktijk zal inrichting van de woning niet leiden tot extra inzet van ondersteuning.
Bewerkelijkheid van de woning: er kan extra inzet van ondersteuning nodig zijn door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld door de ouderdom van het huis, de staat van het onderhoud, de aard van de wand- of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoeken. Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt om de invloed van die factoren weg te nemen of te verminderen.
Omvang van de woning: een grote woning kan, maar hoeft niet per sé meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld te stofzuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken, omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd en dus extra inzet van ondersteuning.
De aanwezigheid van één of meerdere factoren leidt niet automatisch tot meer of minder inzet van huishoudelijke ondersteuning. In sommige situaties is het aan de cliënt zelf om te voorzien in een (gedeeltelijke) oplossing. Voorop staat een zorgvuldige afweging, zowel van de verantwoordelijkheid van de cliënt als die van de gemeente, en daaropvolgend een beoordeling of de standaarduren adequaat zijn voor het bereiken van de beoogde resultaten.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4