Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Huishoudelijke Ondersteuning

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Epe 2021

11.1. Inleiding Deze beleidsregels zijn opgesteld ten behoeve van het indiceren van huishoudelijke ondersteuning ingevolge de Wmo 2015 en de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Epe. Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet in staat zijn zelfstandig een gestructureerd huishouden te voeren (artikel 1.1.1 Wmo 2015 en artikel 2.1.1 Wmo 2015). In de Wmo 2015 is geen concrete definitie gegeven van een gestructureerd huishouden. In de Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Epe verstaan we er een schoon en leefbaar huis onder. Huishoudelijke ondersteuning voorziet in eenvoudige huishoudelijke (schoonmaak) werkzaamheden. Naast die werkzaamheden bestaat, indien nodig, ondersteuning in de vorm van regievoering over het huishouden. Van dit laatste is sprake als iemand geen of onvoldoende regie over het eigen huishouden kan voeren en er geen sociaal netwerk aanwezig is dat op adequate wijze regie kan voeren. Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Dit betekent dat men gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes en de gang/trap. De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van huishoudelijke ondersteuning. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Om een algemeen aanvaard basisniveau van schoon en leefbaar huis te realiseren kan de gemeente Epe een individuele maatwerkvoorziening afgeven. Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening (activiteiten, frequenties en de tijd) maken we gebruik van het ‘Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 – Bureau HHM, juni 2019’ (Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Epe: Bijlage 3 Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 – Bureau HHM, juni 2019). 11.2. Uitgangspunten huishoudelijke ondersteuning De gezamenlijke huishouding is primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden, met inbegrip van het bevorderen en instandhouden van gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd. Huishoudelijke ondersteuning is er als aanvulling op de eigen mogelijkheden. De eigen verantwoordelijkheid van gezamenlijke huishouding houdt ook in dat het huis zodanig is ingericht dat dit in redelijkheid schoongehouden kan worden. Wonen mensen zelfstandig samen op een adres en delen ze gemeenschappelijke ruimten (bijvoorbeeld woongroepen, kamerverhuur, meerdere generaties in een huis), dan zal het aandeel in het schoonmaken van die ruimten bij uitval van één van de leden worden overgenomen door de andere leden de huishouding. Eventuele huishoudelijke ondersteuning wordt dan alleen verstrekt voor de eigen woonruimte van de zorgvrager. Een voorbeeld ter verduidelijking: een groep studenten woont bij elkaar in een studentenflat. Ieder huurt zijn eigen kamer. De keuken is voor gemeenschappelijk gebruik. Eén student heeft ondersteuning nodig. De ondersteuning vanuit de gemeente wordt dan alleen verstrekt voor betreffende kamer. De overige studenten houden gezamenlijk de keuken schoon. 11.2.2. Particuliere huishoudelijke ondersteuning kan voorliggend zijn Als cliënten al langere tijd particuliere hulp hebben, en zij na het ontstaan van beperkingen huishoudelijke ondersteuning aanvragen, kan sprake zijn van de volgende situaties: Als een cliënt minder dan 9 maanden van een jaar particuliere hulp heeft gehad en de reden van de aanvraag is gelegen in het feit dat het financieel niet meer haalbaar is of er een andere moverende reden is dan wordt de particuliere hulp niet als algemeen gebruikelijk beschouwd. Als een cliënt 9 maanden van een jaar particuliere hulp heeft en, op moment van de aanvraag, nog steeds hulp heeft die activiteiten overneemt (waarmee de cliënt bij het voeren van het huishouden problemen ondervindt) dan wordt de particuliere hulp als algemeen gebruikelijk beschouwd voor de overgenomen activiteiten. Als een cliënt 9 maanden van een jaar particuliere hulp heeft en, op moment van de aanvraag, nog steeds hulp heeft die niet alle activiteiten overneemt (waarmee de cliënt bij het voeren van het huishouden problemen ondervindt) dan kan er een maatwerkvoorziening worden verstrekt voor de activiteiten die niet overgenomen worden. 11.2.3. Stimuleren/motiveren We gaan uit van het principe ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’. Dit betekent dat we daar waar mogelijk stimuleren dat de cliënt zelf huishoudelijke activiteiten uit blijft voeren. Huishoudelijke ondersteuning kan in voorkomende situaties immers anti-revaliderend werken. 11.2.4. Normen onderliggend aan toekenning De volgende normen zijn onderliggend bij de toekenning van huishoudelijke ondersteuning: Huishoudelijke ondersteuning wordt alleen toegekend voor noodzakelijke activiteiten. Er wordt in principe niet meer geïndiceerd dan nodig is om verantwoorde huishoudelijke ondersteuning te bieden in de essentiële woonfuncties van de aanvrager en de andere inwoners (partner/kinderen). Alleen de ruimtes die door de bewoner(s) in gebruik zijn worden schoongemaakt/gehouden. Hieronder verstaan we limitatief de volgende ruimtes: sanitaire ruimte(s), keuken, woonkamer, de door de bewoner(s) gebruikte slaapkamer(s), de hal/trap die leidt naar bovengenoemde ruimtes. Periodieke werkzaamheden (zoals het aan de binnenkant wassen van ramen) in andere ruimten dan hierboven omschreven, mogen bij uitzondering geïndiceerd worden. Hier wordt rekening gehouden met een lagere schoonmaakfrequentie. Van de cliënt wordt verwacht dat deze bijdraagt aan het efficiënt uitvoeren van de ondersteuningsactiviteiten. Activiteiten die de cliënt niet zelf (volledig) uit kan voeren, lukken misschien wel als activiteiten op een andere manier worden uitgevoerd. Het zogenaamde ‘elimineren, volgorde veranderen, simplificeren, combineren van activiteiten’. 11.2.5. Inrichting van de woning Een extreem bewerkelijke inrichting van de woning leidt in principe niet tot de toekenning van extra ondersteuning. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties waarin de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. De cliënt wordt geacht zelf bij te dragen aan het efficiënt kunnen uitvoeren van de ondersteuningsactiviteiten. De inrichting van de woning is namelijk een keuze waar de cliënt invloed op kan uitoefenen. 11.2.6. Tuinonderhoud Tuinonderhoud wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is inzake huishoudelijke ondersteuning (CRvB 22-02-2017, ECLI:NL:CRVB:2017:885). Huishoudelijke ondersteuning beperkt zich tot de binnenzijde van de wooneenheid. 11.2.7. Ramen wassen buitenkant Het aan de buitenkant wassen van ramen wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is inzake huishoudelijke ondersteuning (CRvB, 29-03-2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1302). Voor het aan de buitenkant wassen van de ramen is een adequaat alternatief beschikbaar in de vorm van een glazenwasser. Gezien de lage frequentie van het ramenwassen aan de buitenkant, in combinatie met de beperkte kosten voor het inzetten van een glazenwasser, geeft de Centrale Raad van Beroep aan dat deze kosten ook door inwoners met een minimuminkomen gedragen kunnen worden. 11.2.8. Huisdieren Heeft de cliënt huisdieren dan hanteert het college het volgende uitgangspunt. In het algemeen geldt dat het hebben van huisdieren niet leidt tot meer inzet van huishoudelijke ondersteuning. Het ligt ook niet voor de hand dat een cliënt dit van het college verwacht. Immers, het hebben van huisdieren brengt nu eenmaal (wat) meer vervuiling van de woning met zich mee. Als uitzondering kan gelden indien de cliënt is aangewezen op een blinde geleide hond of een zogeheten hulphond die is verstrekt op grond van de Zvw of aan de jeugdige op grond van de Jeugdwet. De Centrale Raad van Beroep heeft in 2019 nog bevestigd dat beleid dat inhoudt dat de aanwezigheid van gewone huisdieren (niet zijnde hulphonden) geen aanleiding is voor het toekennen van aanvullende uren huishoudelijke ondersteuning, de rechterlijke toetsing kan doorstaan (ECLI:NL:CRVB:2019:2585). 11.3. Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 1.3.1. Context normenkader In het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019, opgenomen in de hoofdstukken 11.4 en 11.5, wordt per onderdeel de frequentie en/of de benodigde tijd genoemd die/dat toegekend kan worden. In hoofdstuk 11.4 wordt dit weergegeven voor de basisactiviteiten en in hoofdstuk 11.5 voor de aanvullende activiteiten. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een richtlijn, met als doel om uniformiteit na te streven. Iedere individuele situatie wordt separaat onderzocht en als die situatie erom vraagt dan wordt van onderstaande richtlijn afgeweken. Het college kan afwijken met zowel op- als neerwaartse bijstellingen. Dit kan alleen als gemotiveerd aangegeven wordt waarom de verhoging of verlaging noodzakelijk is. Voor alles geldt dat als maatwerk vraagt om hiervan af te wijken, dit voorgaat op de richtlijn. 11.3.2. Gemiddeld huishouden Het normenkader is van toepassing op een gemiddeld huishouden. Door uit te gaan van een gemiddelde situatie krijgen de normtijden een algemeen karakter en wordt voorkomen dat op alle mogelijk denkbare uitzonderingen apart beleid moet worden ontwikkeld. In het normenkader is naast de directe tijd ook indirecte tijd opgenomen. Dit is tijd die nodig is voor binnenkomen, afspraken maken, interactie met de cliënt en bijvoorbeeld het pakken en opruimen van schoonmaakmiddelen. Deze indirecte tijd is even noodzakelijk als de directe tijd om de beoogde resultaten te behalen. Onder een gemiddelde situatie wordt verstaan: een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende jeugdigen; wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap; er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen; de cliënt kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, algemeen opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak; de cliënt heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd; er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd; er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn; de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk. 11.3.3. Niet-gemiddeld huishouden Een aantal factoren kan maken dat een situatie niet gemiddeld is, maar dat een andere inzet nodig is door een andere frequentie van activiteiten of een andere tijdbesteding. Het gaat dan om de onderstaande factoren. Kenmerken cliënt Mogelijkheden cliënt zelf. Hier wordt gekeken naar de fysieke en de psychische mogelijkheden van de cliënt om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Wanneer deze zeer beperkt zijn, kan meer inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de cliënt mee. Beperkingen en belemmeringen van de cliënt. Hier wordt gekeken naar de beperkingen en belemmeringen van de cliënt die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. Naarmate een cliënt meer beperkingen en belemmering heeft, kan meer inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Leidend is de hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is; niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerig, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme e.d. Dit kan op twee manieren uitwerken: Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus). Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken ter voorkoming van problemen bij de cliënt voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD. Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers. Hier wordt gekeken naar of er ondersteuning wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de cliënt en eventuele vrijwilligers. Afhankelijk van de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden kan minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk zijn omdat een deel activiteiten door niet-professionals wordt gedaan. Kenmerken huishouden Samenstelling van het huishouden. Hier wordt gekeken naar het aantal personen en leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet per se extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp). De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk). Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimtes in gebruik. Een kind kan eventueel ook een bijdrage leveren in de vorm van mantelzorg en daarmee de benodigde extra inzet beperken of opheffen. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is. Huisdieren Door de aanwezigheid van een blinde geleide hond of een zogeheten hulphond die is verstrekt op grond van de Zvw of aan de jeugdige op grond van de Jeugdwet, kan door meer vervuiling extra inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. In voorkomende gevallen wordt 15 minuten extra inzet per week toegekend. Kenmerken woning Inrichting van de woning. Er kan extra inzet nodig zijn doordat er bijvoorbeeld extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer staan of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties, waarbij de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. Zie hiervoor ook 11.2.5. ‘Inrichting woning’ over wat hierin van een cliënt verwacht wordt. Bewerkelijkheid van de woning. Er kan extra inzet nodig zijn door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand-of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes. Omvang van de woning. Een grote woning kan, maar hoeft niet per se meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld stof te zuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd. 11.4. Normenkader huishoudelijke ondersteuning 11.4.1. Schoonmaakactiviteiten Activiteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis 11.4.2. Frequentie basisactiviteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis 11.4.3. Frequentie incidentele activiteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis 11.5. Aanvullende activiteiten 10.5.1. Wasverzorging Iedere burger dient te beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). Ondersteuning bestaat uit wassen en strijken. Naast de algemene voorziening Was- en Strijkservice zijn strijkvrije kleding en een wasmachine/droger algemeen gebruikelijk/voorliggend. Mocht in uitzonderlijke situaties toch een maatwerkvoorziening nodig zijn dan betreft het strijken van kleding alleen de bovenkleding en alleen het aantal stuks dat redelijkerwijs verwacht mag worden en maatschappelijk aanvaardbaar is. Bij de beoordeling van de noodzaak voor wasverzorging, wordt beoordeeld of er een algemene was- en strijkservice beschikbaar is, of de kosten van de was- en strijkservice door de klant financieel gedragen kunnen worden en of de voorziening voor de klant adequate compensatie biedt. Wordt wasverzorging geïndiceerd dan wordt verkend welk aandeel mantelzorgers en cliënt verwacht mag worden in de was- en droogcyclus (dit in verband met de praktische haalbaarheid voor wat betreft de aanwezigheid van de hulp in relatie tot de draaitijd van machines). Het hebben van strijkvrije kleding is algemeen gebruikelijk/voorliggend. Mocht in uitzonderlijke situaties toch een maatwerkvoorziening nodig zijn, dan betreft het strijken van kleding alleen bovenkleding en alleen het aantal stuks dat redelijkerwijs verwacht mag worden en maatschappelijk aanvaardbaar is. Meerfactoren: Aantal kinderen jonger dan 16 jaar: + 30 min. per kind per week. Bedlegerige patiënten: + 30 min. per week. Extra bewassing i.v.m. overmatige transpiratie, incontinentie, speekselverlies etc.: + 30 min. per week. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit 1-persoons huishouden 2-persoons huishouden 1-persoons huishouden 2-persoons huishouden Wasverzorging Wasgoed sorteren 1 x per week 1 x per week 1,8 min 1,8 min Behandelen van vlekken 2 x per week (indien nodig) 5 x per 2 weken (indien nodig) 0 min 0 min Was in de wasmachine stoppen (incl. wasmachine aanzetten) 2 x per week 5 x per 2 weken 2,9 min 3,7 min Wasmachine leeghalen 2 x per week 5 x per 2 weken 3,0 min 3,8 min Sorteren naar droger of waslijn 2 x per week 5 x per 2 weken 2,5 min 3,1 min Was in de droger stoppen 2 x per week 5 x per 2 weken 1,1 min 1,4 min Droger leeghalen 2 x per week 5 x per 2 weken 0,8 min 1,0 min Was ophangen 2 x per week 5 x per 2 weken 6,4 min 8,0 min Was afhalen 2 x per week 5 x per 2 weken 1,0 min 1,3 min Was opvouwen 2 x per week 5 x per 2 weken 10,9 min 13,7 min Was strijken 1 x per week 1 x per week 19,7 min 19,7 min Was opbergen/opruimen 2 x per week 5 x per 2 weken 3,9 min 4,9 min Totaal 54,2 min 62,3 min 10.5.2. Boodschappen In beginsel wordt deze activiteit niet geïndiceerd, omdat hiervoor gebruik kan worden gemaakt van een boodschappendienst. Aan een boodschappendienst kunnen kosten verbonden zijn. Er wordt geen rekening gehouden met eigen voorkeuren van de cliënt (bv. voor speciaal voedsel dat beperkt verkrijgbaar is zodat extra gereisd moet worden). Er wordt alleen rekening gehouden met extra inspanningen die geleverd moeten worden vanwege aantoonbare medische redenen. Voor alle geïndiceerde zorg geldt dat algemeen (gebruikelijke) voorzieningen voor de hand liggen. We noemen het hier echter nadrukkelijker omdat de ervaring leert dat het in huis halen van boodschappen vaak voldoende gecompenseerd wordt middels algemeen gebruikelijke voorzieningen. Factoren meer hulp: Indien het cliëntsysteem bestaat uit meer dan 4 personen of er zijn kinderen aanwezig van jonger dan 12 jaar, dan kan er 2x per week boodschappen geïndiceerd worden. Indien de afstand tot de winkels groot is, kan er 30 minuten per week extra geïndiceerd worden. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit Frequentie Tijdsbesteding (min/dag) Boodschappen Het opstellen van boodschappenlijst 1 x per week 6,5 min Boodschappen doen 1 x per week 39,4 min Het opruimen van boodschappen 1 x per week 4,9 min Totaal 50,9 min 10.5.3. Maaltijden Het gaat om het klaarzetten van de broodmaaltijd(en) en het opwarmen van de warme maaltijd. Bij hoge uitzondering kan sprake zijn van het bereiden van de warme maaltijd. Het aansporen tot het nuttigen van een maaltijd valt niet onder de huishoudelijke ondersteuning, maar respectievelijk onder begeleiding (Wmo) en persoonlijke verzorging (Zorgverzekeringswet). Komt de algemeen gebruikelijke voorziening niet tegemoet aan de eisen die aan de maaltijd worden gesteld (bv. bij een dieet dat voorgeschreven is door een arts) dan kan de warme maaltijd wel geïndiceerd worden. Als er jonge kinderen woonachtig zijn in het huishouden, kan het bereiden van de warme maaltijd geïndiceerd worden. Uit jurisprudentie (Rechtbank ’s Hertogenbosch 25-10-2012, nr. AWB 12/1795) blijkt dat twee broodmaaltijden en één warme maaltijd per dag adequaat kan worden geacht. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit Frequentie Tijdsbesteding (min/dag) Maaltijden Broodmaaltijden: tafel dekken, eten en drinken klaarzetten (1 maaltijd op tafel, 1 maaltijd in de koelkast), afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen. 1 x per dag 20 min Opwarmen maaltijd: maaltijd opwarmen, tafel dekken, eten en drinken klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen. 1 x per dag 20 min 11.5.4. Verzorging kinderen De verzorging van gezonde kinderen die tot het gezin behoren vallen onder de verantwoordelijkheid van de ouders zelf. Zijn ouders hier niet volledig toe in staat en kunnen zij niet terugvallen op hun sociale omgeving of algemeen gebruikelijke voorzieningen, dan kan de gemeente tijdelijke (maximaal 3 maanden) ondersteuning (niet: volledige overname) bieden totdat een andere oplossing gevonden is. Het gaat om dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen in geval van ontwrichting of calamiteiten. Het betreft activiteiten als wassen en aankleden, hulp bij eten en/of drinken, een maaltijd voorbereiden en toezicht houden. Ook problemen op het gebied van mobiliteit, zoals het begeleiden van kinderen naar school vallen eronder. Hierbij wordt altijd uitgegaan van het waar mogelijk combineren van activiteiten. Dit betekent dat als een activiteit plaatsvindt voor meerdere personen en dit te combineren valt (bv. maaltijd bereiden, kinderen naar bed of school brengen), het aantal minuten eenmaal telt en niet per persoon. Het gaat hier om verzorging van gezonde kinderen, waarbij de ouder door beperkingen de verzorging/opvang niet uit kan voeren. Onder ‘verzorging van de kinderen’ valt ook: sfeer scheppen, spelen en opvoedingsactiviteiten. Factoren voor meer hulp kunnen hier nog bovenop komen. Deze ondersteuning wordt, gedurende maximaal 3 maanden, ingezet om de ouder(s)/verzorger(s) de gelegenheid te bieden om eigen oplossingen te vinden buiten de Wmo. Waar mogelijk worden activiteiten gecombineerd. Dit betekent dat als een activiteit plaatsvindt voor meerdere personen en dit te combineren valt (bv. kinderen in bad doen of naar bed of school brengen), dan wordt het aantal minuten eenmaal geïndiceerd en niet per persoon. Opvang wordt alleen bij uitzondering geïndiceerd. Specifiek voorliggende voorzieningen zijn: zorgverlof, crèche, kinderopvang, BSO, tussenschoolse opvang, gastouder, etc.-Het is mogelijk om taken te combineren. Als kinderen op hetzelfde tijdstip naar bed gaan, telt dat voor 1 keer en niet per kind. De frequentie is gerelateerd aan de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind. Factoren meer hulp: Aantal kinderen; Leeftijd kinderen; Gezondheidssituatie/functioneren kinderen/huisgenoten; Aanwezigheid gedragsproblematiek. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit Frequentie Tijdsbesteding (min/dag) Verzorging kinderen Naar bed brengen 1 x per dag 10 min Deze ondersteuning wordt, gedurende maximaal 3 maanden, ingezet om de ouder(s)/verzorger(s) de gelegenheid te bieden om eigen oplossingen te vinden buiten de Wmo. Uit bed halen 1 x per dag 10 min Wassen en kleden 1 x per dag 30 min Eten en/of drinken geven 1 x per dag 20 min Babyvoeding (flesje/potje) 1 x per dag 10 min Naar school/crèche brengen/halen 1 x per dag 10 min 11.5.5. Dagelijkse organisatie huishouden (regievoering) Dit gaat om de uitvoering van huishoudelijke werkzaamheden waarbij de inwoner niet (of onvoldoende) zelf de regie voert en er geen sociaal netwerk aanwezig is dat op adequate wijze regie kan voeren. Met adequaat wordt hier bedoeld dat de huishoudelijke ondersteuning voldoende aangestuurd wordt om de noodzakelijke werkzaamheden te verrichten. De inwoner is niet in staat om aan te geven wat er moet gebeuren door bijvoorbeeld psychische klachten, psychiatrische aandoening (waaronder psycho-geriatrisch, dementie) en/of psychosociale problematiek en/of een visuele handicap of een verstandelijke beperking. Er kan dan dagelijkse organisatie van het huishouden ingezet worden. Hierbij gaat het om de organisatie van huishoudelijke activiteiten (bepalen wat wanneer moet gebeuren) en het plannen en beheren van middelen (zorgen dat schoonmaakmiddelen op voorraad zijn). Het gaat hierbij om maximaal één keer per week. Voor de administratieve werkzaamheden wordt alleen een indicatie afgegeven als dit in combinatie is met andere huishoudelijke activiteiten. Meerfactoren: Communicatieproblemen; Aantal huisgenoten, vooral kinderen jonger dan 16 jaar; (Psychosociale) problematiek bij meerdere gezinsleden. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit Frequentie en Tijdsbesteding (min/week) Dagelijkse organisatie huishouden Administratieve werkzaamheden Deze activiteiten worden uitgevoerd in maximaal 30 minuten per week. Organisatie huishoudelijke activiteiten Plannen en beheren van middelen t.b.v. het huishouden. 11.5.6. Advies, instructie en voorlichting, gericht op het huishouden Het gaat om het aanleren van activiteiten in relatie tot het huishouden. Er valt onderscheid te maken tussen tijdelijk aanleren en structureel adviseren: Tijdelijk aanleren van activiteiten: Dit betreft cliënten die leerbaar zijn, bijvoorbeeld mensen met een (recente) lichamelijke beperking of mensen die de activiteiten nooit hebben aangeleerd maar deze moeten gaan uitvoeren door het wegvallen van een partner of gezinslid. Structureel adviseren en instrueren: Dit betreft cliënten die beperkter leerbaar zijn, bijvoorbeeld vanwege psychiatrisch of cognitieve problemen als dementie, niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of een licht verstandelijke beperking (LVB). Dit ligt op het snijvlak van HH en individuele begeleiding. Het gaat hier om advies, instructie en voorlichting die gericht is op het huishouden, bij ontregelde huishouding in verband met bijvoorbeeld psychische stoornissen. Deze activiteit wordt alleen ingezet als iemand leerbaar wordt geacht. Wees kritisch of het om huishoudelijke ondersteuning gaat of om begeleiding. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit Frequentie en Tijdsbesteding (min/dag) Advies, Instructie en Voorlichting Aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van de activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en de wasverzorging. Een maatwerkvoorziening voor advies, instructie en voorlichting kan afgegeven worden voor een periode van maximaal 6 weken met een maximale tijdsbesteding van 90 minuten per week Aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van activiteiten gericht op boodschappen en maaltijden. 11.6 Huishoudelijke ondersteuning wordt beëindigd/gewijzigd indien De samenstelling van het huishouden wijzigt; De cliënt verhuist; De cliënt is overleden. Als er op het moment van overlijden een partner inwoont, dan wordt de huishoudelijke ondersteuning na 1 maand beëindigd. Indien deze partner de huishouding niet kan verzorgen, moet er binnen de 4 weken een nieuwe aanvraag worden gedaan; De cliënt wordt opgenomen in het ziekenhuis. Er wordt dan geen hulp geleverd omdat de cliënt dan niet in de woning verblijft. Als er op het moment van de indicatiestelling een partner inwoont die de huishouding niet kan verzorgen moet er een nieuwe aanvraag worden gedaan (als de duur van de opname langer duurt dan 4 weken); De cliënt of echtgenoot een Wlz-indicatie krijgt. Aanvullend kan voor de partner nog een Wmo indicatie worden afgegeven voor huishoudelijke ondersteuning; Door een beleidswijziging. 11.7 Mantelzorg Ook bij mantelzorgers kan er sprake zijn van problemen met een schoon en leefbaar huis. Dit kan voorkomen als de mantelzorger aantoonbaar niet toe komt aan een bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van de verzorgde. Dat zou kunnen als gevolg van (dreigende) overbelasting. Om overbelasting van de mantelzorger te voorkomen bestaat er de mogelijkheid om tijdelijk (maximaal 3 maanden) huishoudelijke ondersteuning in te zetten met als voorwaarde dat de mantelzorger in deze periode op zoek gaat naar een oplossing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel