Het persoonsgebonden budget (pgb) wordt uitsluitend gebruikt voor betaling van het geïndiceerde hulpmiddel, de geïndiceerde aanpassing van een hulpmiddel, de geïndiceerde woningaanpassing, dan wel de geïndiceerde dienst en de daarmee samenhangende kosten.
Het hulpmiddel, aanpassing van een hulpmiddel, dan wel woningaanpassing, of de dienst die de cliënt inkoopt met het persoonsgebonden budget is adequaat, veilig, cliëntgericht en kwalitatief verantwoord.
De cliënt levert vóór verstrekking van het persoonsgebonden budget, maar na bepaling van de noodzaak voor een hulpmiddel, dan wel een (woning)aanpassing, dan wel een dienst, een budgetplan aan waarin omschreven staat:
de reden waarom een hulpmiddel, (woning)aanpassing of dienst in natura niet geschikt geacht wordt;
het soort hulpmiddel, de (woning)aanpassing of dienst die ingekocht gaat worden;
wie de ondersteuning gaat uitvoeren of waar het hulpmiddel dan wel aanpassing gekocht wordt;
welk resultaat met het hulpmiddel, de (woning)aanpassing of de dienst moet worden behaald en op welke wijze;
hoe de veiligheid, cliëntgerichtheid en doeltreffendheid van het hulpmiddel, de (woning)aanpassing of de dienst is gewaarborgd;
het tarief dat betaald moet worden aan de leverancier.
Voor het PGB dat bedoeld is voor woningaanpassingen onder € 2.500,- (excl. BTW) vraagt de eigenaar van de woning één offerte op, voor woningaanpassingen boven € 2.500,- (excl. BTW) vraagt de eigenaar 2 offertes op volgens het programma van eisen zoals vermeld in de beschikking.
Een persoonsgebonden budget wordt door de cliënt binnen zes maanden na toekenning aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.
Het persoonsgebonden budget kent twee de twee soorten tarieven:
Het persoonsgebonden budget dat wordt ingezet voor een hulpmiddel, aanpassing van een hulpmiddel, dan wel woningaanpassing, of dienst, geleverd door een professionele aanbieder, is gelijk aan (100% van) de kostprijs van hetzelfde product/categorie ondersteuning, dat door de gemeente gecontracteerde organisatie kan worden geleverd, incl. vergoeding voor onderhoud en verzekeringen.
Het persoonsgebonden budget dat wordt ingezet voor diensten door niet-professionele ondersteuners (bijv. door iemand uit het sociale netwerk van de cliënt) bedraagt voor individuele ondersteuning € 16,02 per uur, voor groepsondersteuning het vast bedrag van € 22,89 per dagdeel en voor logeeropvang € 34,34 per etmaal. Het indexeringspercentage is gelijk aan ondersteuning in natura. Het pgb wordt bruto verstrekt, de eigen bijdrage wordt door het CAK berekend en geïnd.
De budgethouder die begeleiding aanvraagt maakt gebruik van de op zijn situatie van toepassing zijnde model Zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB):
de Zorgovereenkomst SVB wordt aan de gemeente aangeboden om deze zorginhoudelijk te laten toetsen;
cliënt informeert het college over de gewijzigde omstandigheden die aanleiding zijn voor een wijzigingsverzoek van de Zorgovereenkomst aan de SVB, zodat dit getoetst kan worden;
het college toetst of het toegestaan kan worden dat de vertegenwoordiger van de budgethouder dezelfde (rechts)persoon mag zijn als de PGB-zorgverlener;
in de Zorgovereenkomst SVB mag bij ”vergoeding” niet gekozen worden voor een vast maandbedrag;
de PGB-houder is gehouden de documenten aan te leveren die de gemeente in staat stelt om te beoordelen of de PGB-dienstverlener voldoet aan de (kwaliteits)criteria van de gemeente, om aan de hand hiervan het PGB-tarief te kunnen vaststellen.
Ondersteuningsplan PGB bij aanvraag begeleiding:
Aan de PGB-houder/PGB-vertegenwoordiger wordt bij de toekenning van de voorziening met PGB-bekostigingsvorm de verplichting opgelegd om binnen zes weken na datum beschikking aan het college een door de zorgverlener ondertekend ondersteuningsplan te overleggen;
Het ondersteuningsplan sluit aan op de indicatie afgegeven door het college en het budgetplan PGB;
Het ondersteuningsplan geeft inzicht in de wijze waarop er gewerkt wordt aan de gestelde doelen uit de afgegeven indicatie door het college en hoe wordt voldaan aan de daarbij noodzakelijke kwaliteitscriteria;
Voldoet de PGB-houder/PGB-vertegenwoordiger niet aan de in lid 6 onder a genoemde voorwaarde binnen de gestelde termijn, dan trekt het college het besluit voor de indicatie met PGB-bekostigingsvorm in en biedt de cliënt de noodzakelijk geachte ondersteuning alsnog in de vorm van zorg in natura.
Hoofdstuk 10.
Artikel 22
- Algemene verplichtingen persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning Renswoude