Naar hoofdinhoud
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 m wordt gelaten op voetpaden en van 3 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. Het is in het belang van de woon- en leefomgeving verboden: Voorwerpen waaronder reclameborden en driehoeksborden die betrekking hebben op de aankondiging van zowel (incidentele) commerciële activiteiten als (incidentele) niet commerciële activiteiten op, aan, boven, of zichtbaar vanaf de weg te plaatsen; Spandoeken op, aan of boven de weg te plaatsen. Het verbod in het eerste en derde lid is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, waaronder verkiezings- of referendumuitingen, onder de voorwaarde dat het verkeer niet wordt gehinderd of in gevaar wordt gebracht. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden. Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een periode van maximaal 2 weken ontheffing verlenen van het verbod in het eerste en derde lid. Met dien verstande dat ontheffing van het bepaalde in lid 3 onder a uitsluitend mogelijk is voor de aankondiging van incidentele, niet commerciële activiteiten. In afwijking van het zesde lid mogen verkiezings- of referendumuitingen vanaf 3 weken voor de verkiezingen/het referendum op, aan, boven of zichtbaar vanaf de weg worden geplaatst en moeten uiterlijk 2 weken na de verkiezingen/het referendum weer verwijderd zijn. In afwijking van het zesde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of onder k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 2:8; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:12; en Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening. Op de ontheffing bedoeld in het zesde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel