Naar hoofdinhoud
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken: indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; indien ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien het college een besluit als bedoeld in artikel 5:17 heeft genomen om de standplaatslocatie op te heffen. De vergunning kan worden ingetrokken: wanneer niet langer wordt voldaan aan de voor de vergunninghouder geldende wettelijke vestigingseisen; indien de vergunninghouder in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze verordening; indien de vergunninghouder, niet of niet tijdig de (financiële) rechten voldoet; indien de vergunninghouder niet eenmaal in de 2 weken van de vergunning gebruik maakt, met uitzondering van een gebruikelijke vakantieperiode; indien niet wordt voldaan aan de vereisten gesteld in de Warenwet of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer op grond van de Wet Milieubeheer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel