Indien een mandaat of volmacht aan een bepaalde functionaris is opgedragen, wordt daarmee het mandaat of volmacht eveneens geacht te zijn opgedragen aan de hiërarchisch hogere functionarissen in de lijn. Hierbij wordt de volgende rangorde gehanteerd:
college/burgemeester
algemeen directeur/gemeentesecretaris
directeuren I (concerndirecteuren)
strategisch managers I (afdelingshoofden)
tactisch/operationeel leidinggevenden (teamleiders)
medewerkers.
Deze regel geldt niet voor mandaten of volmachten opgedragen aan de Functionaris Gegevensbescherming (FG), vanwege diens zelfstandige en onafhankelijke positie.
Artikel 4
Bevoegde functionarissen bij mandaat -en volmachtverlening
Onderdeel van Mandaatregeling Leidschendam-Voorburg 2021