Naar hoofdinhoud
Het college stelt de hoogte van de individuele bijzondere bijstand vast aan de hand van de uit de bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten. Dat zijn de werkelijke kosten of op basis van de goedkoopste en adequate voorziening. Daaronder kan bijvoorbeeld de reparatie vallen van een duurzaam gebruiks-goed. 3.5.1 Richtprijzen Voor het vaststellen van de hoogte van de individuele bijzondere bijstand kan het college gebruik maken van richtprijzen. Die richtprijzen kunnen worden gebaseerd op bepaalde bronnen zoals: De NIBUD-Prijzengids De Wet Inkomstenbelasting 2001 De Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 De Regeling zorgverzekering Openbaar Vervoer Zorgpolis voor minima 3.5.2 Duurzame gebruiksgoederen Voor de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen gelden de volgende uitgangspunten: belanghebbende verstrekt een concreet overzicht van de aan te vragen duurzame gebruiksgoederen; belanghebbende verstrekt een aantoonbare verifieerbare kostenopgave op basis van tweedehands richtprijzen (kringloop of markplaats); de hoogte van de bijzondere bijstand voor niet-tweedehands duurzame gebruiksgoederen bedraagt in principe niet meer dat 75% van de Nibud richtprijs en wordt in principe verstrekt in de vorm van een lening; bij een volledige inrichting die niet volledig bestaat uit tweedehands duurzame gebruiksgoederen dan hanteert het college in principe 50% van de Nibud richtprijs; het college kan bij duurzame gebruiksgoederen in de vorm van witgoed afwijken van hetgeen is bepaald over tweedehands richtprijzen. 3.5.3 Opknapkosten Aan de belanghebbende kan bijzondere bijstand voor de kosten van het opknappen van de woning worden verleend. De opknapkosten bedragen maximaal € 300,- en wordt om niet verleend. 3.5.4 Nadere regels over verhuizen bij wijziging gezinssituatie/gezinshereniging Voorzienbare verhuizingen zijn verhuizingen die voortvloeien uit een wens om van woning of buurt te veranderen, of groter te gaan wonen. In deze gevallen is er geen sprake van een noodzakelijke verhuizing en wordt geen bijstand verstrekt. Soms verkeren mensen in zodanige omstandigheden dat bijstandsverlening noodzakelijk is. Als er een lening is verstrekt voor de inrichting van de woning kan het voorkomen dat binnen de aflostermijn van 3 jaar er een wijziging plaatsvindt in de gezinssituatie waardoor er extra kosten moeten worden gemaakt. Als deze wijziging niet voorzienbaar was, er geen reservering mogelijk was en bijstandsverlening is noodzakelijk, wordt er individueel bekeken wat de extra noodzakelijke kosten zijn conform deze beleidsregels. Dit betreft een nieuwe lening met een nieuwe aflostermijn. Bij gezinshereniging van vergunningshouders is er een uitzondering; als de hereniging binnen 24 maanden na de eerste vestiging in de gemeente plaatsvindt, wordt de extra lening bij de bestaande lening gevoegd en is er geen sprake van een nieuwe lening met een nieuwe aflostermijn. Is er een hereniging na 24 maanden dan is er wel een nieuwe lening met een nieuwe aflostermijn. 3.5.5 Kosten van medische aard Bij kosten van medische aard gaat het college uit van de richtprijzen die door de aanvullende zorgverzekering van de zorgpolis voor minima als bedoeld in 4.5 van deze beleidsregels wordt gehanteerd. Daarbij geldt de voor de belanghebbende meest gunstige richtprijs.

Rechtspraak bij dit artikel