Naar hoofdinhoud
Woonkosten verbonden aan een (eigen) woning tot een bedrag ter hoogte van de basishuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag behoren in principe betaald te worden uit het eigen inkomen. Kosten tot dat bedrag komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. Huurders kunnen aanspraak maken op huurtoeslag. Recht en hoogte Een woonkostentoeslag kan tijdelijk worden verstrekt als het inkomen van de belanghebbende tijdelijk en buiten zijn schuld is gedaald, waardoor de woonkosten in verhouding tot het inkomen te hoog zijn geworden. De draagkracht uit het inkomen boven de bijstandsnorm wordt volledig meegenomen. Woonkostentoeslag voor een huurwoning. De woonkostentoeslag kan alleen worden verstrekt als de rekenhuur hoger is dan de huurtoeslaggrens of als de belanghebbende buiten zijn schuld de eerste huurtoeslag vanaf een latere datum ontvangt dan de ingangsdatum van de huur. Het college verstrekt een woonkostentoeslag voor huur hoger dan de huurtoeslaggrens voor maximaal 12 maanden. De periode van 12 maanden kan met maximaal 6 maanden worden verlengd als de belanghebbende zich heeft ingespannen om goedkopere woonruimte te vinden, maar hierin niet is geslaagd. Bij niet voldoende inspanning om goedkopere woonruimte te vinden wordt er geen verlenging gegeven. Het college onderzoekt de inspanningen vanaf toekenning ieder half jaar. In de beschikking wordt de verplichting opgenomen om goedkopere woonruimte te zoeken met concrete acties die van tevoren zijn besproken met belanghebbende. In het geval het college de woonkostentoeslag niet verlengt na 12 maanden door onvoldoende inspanningen kan bij zeer bijzondere omstandigheden de bijzondere bijstand met maximaal 6 maanden worden verlengd in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 48 lid 2 onder b van de wet (tekortschietend besef van verantwoordelijkheid). De woonkostentoeslag wordt berekend overeenkomstig de berekening van de huurtoeslag. De woonkostentoeslag voor de huur boven de maximale huurgrens bedraagt 100%. Woonkostentoeslag bij een woning in eigendom. Het college verstrekt een woonkostentoeslag als de belanghebbende in een eigen woning woont waarvan de woonlasten meer bedragen dan de normhuur van de huurtoeslag. Het college verstrekt een woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden als er sprake is van hoge woonlasten (hoger dan de huurtoeslaggrens). Het is de verantwoordelijkheid van de belanghebbende om de woonlasten aan het inkomen aan te passen binnen de 12 maanden. De periode van 12 maanden kan met maximaal 6 maanden worden verlengd als de belanghebbende zich heeft ingespannen om goedkopere woonruimte te vinden, maar hierin niet is geslaagd. Bij niet voldoende inspanning om goedkopere woonruimte te vinden wordt er geen verlenging gegeven. Het college onderzoekt de inspanningen vanaf toekenning ieder half jaar. In de beschikking wordt de verplichting opgenomen om goedkopere woonruimte te zoeken met concrete acties die van tevoren zijn besproken met belanghebbende. In het geval het college de woonkostentoeslag niet verlengt na 12 maanden door onvoldoende inspanningen kan bij zeer bijzondere omstandigheden de bijzondere bijstand met maximaal 6 maanden worden verlengd in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 48 lid 2 onder b van de wet (tekortschietend besef van verantwoordelijkheid). De woonkostentoeslag wordt berekend overeenkomstig de berekening van de huurtoeslag. De woonkostentoeslag voor de woonkosten boven de maximale huurgrens bedraagt 100%.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel