Naar hoofdinhoud
1.. De werkgeverscommissie oefent het werkgeverschap uit ten aanzien van de griffier en de overige werknemers op de griffie, waaronder de bevoegdheid tot het nemen van een besluit tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst met het griffiepersoneel en het vaststellen van het Personeelshandboek. De artikelen 107, 107a, tweede lid, 107d, eerste lid, en 107e, eerste lid, van de Gemeentewet zijn uitgezonderd van de in dit lid bedoelde overgedragen bevoegdheden; 2.. Op de medewerkers van de Griffie is het Personeelshandboek (inclusief toekomstige wijzigingen) van toepassing dat (al dan niet bij mandaat) door het college voor de medewerkers van de organisatie is vastgesteld. Daarbij wordt college en secretaris gelezen als werkgeverscommissie en griffier; 3.. Indien toepassing van het Personeelshandboek naar het oordeel van de werkgeverscommissie tot een ongewenste en/of onredelijke situatie zou leiden, kan de werkgeverscommissie besluiten binnen de wettelijke kaders hiervan af te wijken; 4.. Voor de werving en selectie en de inhuur van medewerkers wordt het gemeentelijk beleid gevolgd; 5.. Tot de bevoegdheid van de werkgeverscommissie behoren ook de voorbereiding en uitvoering van de overige tot het werkgeverschap van de raad behorende besluiten en regelingen. 6.. De werkgeverscommissie kan de aan haar overgedragen bevoegdheden ten aanzien van de medewerkers van de Griffie mandateren aan de griffie; 7.. De werkgeverscommissie voert jaarlijks in ieder geval twee gesprekken met de griffier. In het eerste jaar vindt er elke drie maanden een voortgangsgesprek plaats; het laatste gesprek in het eerste jaar is een evaluatiegesprek.

Rechtspraak bij dit artikel