Naar hoofdinhoud
1.. De rekenkamer stelt een onderzoeksprotocol vast. In het onderzoeksprotocol beschrijft de rekenkamer in ieder geval hoe zij de kwaliteit en onafhankelijkheid van begeleiding van extern onderzoek dan wel uitvoering van eigen onderzoek borgt. In dit protocol hanteert de commissie een vier-ogen principe als leidraad. 2.. De rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet en daarbij het onderzoeksprotocol volgend. 3.. De rekenkamer stelt voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. Daarnaast informeert de rekenkamer de raad in het vierde kwartaal van ieder jaar over de keuze en planning van onderzoeken voor het volgende jaar. 4.. De rekenkamer informeert de begeleidingscommissie tussentijds wanneer daartoe aanleiding is. 5.. De rekenkamer is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. De rekenkamer kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan diegenen die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamer gestelde termijn te verstrekken. Voor de onderzoeksbevoegdheden van de rekenkamer wordt verwezen naar artikel 183 van de Gemeentewet. Voor het uitvoeren van onderzoek bij gemeenschappelijke regelingen waar IJsselstein aan deelneemt, wordt verwezen naar de Wet gemeenschappelijke regelingen. 6.. De rekenkamer vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de rekenkamer rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de rekenkamer en degenen die ten behoeve van de rekenkamer werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk secretaris/ onderzoeker ter kennis is gekomen. 7.. De rekenkamer kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 8.. De rekenkamer stelt betrokken ambtenaren in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de rekenkamer kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamer bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 9.. Na het ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten (zie lid 8) formuleert de rekenkamer haar conclusies en aanbevelingen. 10.. Na vaststelling door de rekenkamer wordt het onderzoeksrapport inclusief de conclusies en aanbevelingen aan het College aangeboden. De rekenkamer stelt het College in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste drie weken bedraagt, zijn zienswijze aan de rekenkamer kenbaar te maken. 11.. Na ontvangst van de reactie van het College wordt het rapport zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden. Hierbij wordt de reactie van het College toegevoegd. Het staat de rekenkamer vrij om eventueel schriftelijk te reageren op de reactie van het College.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel