Naar hoofdinhoud
Voor de subsidieaanvraag gelden de volgende eisen: De aanvraag van de subsidie wordt op de voorgeschreven wijze ingediend ter attentie van burgemeester en wethouders. Uit de aanvraag dient te blijken dat wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in artikel 3 en artikel 10. De aanvraag gaat vergezeld met het onderstaande: Eén aanvraag voor het uitvoeren van de activiteiten genoemd in artikel 5 van deze nadere regel, voor een periode van 3 jaar. De subsidieperiode start op 1 januari 2022 en loopt tot en met 31 december 2024. Een plan van aanpak voor 3 jaar met een gedetailleerde uitwerking. In het plan van aanpak omschrijft de aanvrager: indien een aanvraag wordt gedaan met onderaannemers, hoe de samenwerking met deze onderaannemers is vormgegeven; een concretisering van de activiteiten zoals genoemd in artikel 5; hoe hij/zij het outreachend werken in de drie regio’s vormgeeft; hoe de begeleiding op alle relevante levensgebieden eruit ziet in de eventuele stabilisatiefase en in de uitstapfase; hoe en met welke samenwerkingspartners daarvoor wordt samengewerkt, vanuit het uitgangspunt ‘specialistische uitstapbegeleiding: zo lang als nodig, zo kort als mogelijk’; indien van toepassing, wat de rol van ervaringsdeskundigen hierin is; hoe met deze activiteiten wordt aangesloten bij de diversiteit van de doelgroep; hoe hij/zij het aanbod ongeveer naar rato van inwoneraantal over de drie regio’s verdeelt. We baseren de relatieve inzet van DUUP-budget per jaar per deelregio Utrecht/ Eemland/ Gooi & Vechtstreek op de indeling van regiogemeenten uit de vrouwenopvang en we gaan gedurende de looptijd van de subsidie uit van de actualisering van inwoneraantallen per gemeente in de Atlas van gemeenten. Hiermee volgen wij de verdeling van DUUP-middelen over de regio’s die het Rijk hanteert. Een toelichting op de huidige deskundigheid van het personeel (zie artikel 10) en een plan voor deskundigheidsbevordering van zijn/haar personeel en eventuele ervaringsdeskundigen. Social return: In de aanvraag dient hij/zij aan te geven welke inzet hij/zij gaat realiseren voor social return. Richtlijn voor de inzet is 5% van het aangevraagde subsidiebedrag. Nadere detaillering hiervan kan samen met de gemeente later worden ingevuld na het besluit tot verlening. Duurzaamheidsdoelen: de aanvrager omschrijft kort hoe zijn/haar organisatie invulling geeft aan duurzaamheid. Een correcte, duidelijke begroting per jaarschijf die past binnen het maximaal beschikbare budget voor deze regeling, aansluitend bij de subsidiabele activiteiten in artikel 5. De subsidiabele activiteiten in het plan van aanpak zijn 1-op-1 te relateren aan de begroting. De aanvrager geeft in elk geval inzicht in: Salariskosten op basis van in te zetten fte (met onderbouwing voor zowel uitvoering als overhead) Overige personele kosten (bijvoorbeeld opleidingskosten) Materiële kosten Huisvestingskosten Opbrengsten

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel