Woning of lokaal
De wetgever heeft ervan afgezien het begrip woning te definiëren. De burgemeester verstaat onder woning `een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en dat (die) daarvoor ook mag worden gebruikt (woongenot)`.
Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse en andere omstandigheden, zoals een inschrijving in de BRP.
Samengevat:
woning: een feitelijk voor bewoning gebruikte ruimte en het daarbij behorende erf.
lokaal: een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal en het daarbij behorende erf (zoals horeca-inrichtingen, winkels, loodsen, en/of bedrijfsruimten).
Voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is een schriftelijke machtiging vereist. Op basis van de Awb is het bestuursorgaan dat een last onder bestuursdwang toepast bevoegd tot het geven van een dergelijke machtiging. In het geval van artikel 13b Opiumwet is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. De burgemeester kan dus een schriftelijke machtiging verlenen voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Overige ruimten
Bij panden die aan verschillende personen worden verhuurd, zoals kamerverhuurpanden of garageboxen, kan worden overgegaan tot gedeeltelijke sluiting door sluiting van afzonderlijke kamers of een gedeelte van het pand. De rest van het pand blijft dan toegankelijk voor derden. Hierdoor worden bijvoorbeeld afzonderlijke woonruimten, die niets met de overtreding te maken hebben, niet onnodig getroffen.
Horeca – samenloop met maatregel Drank en Horecawet (vanaf 1 juli 2021 Alcoholwet)
Op grond van artikel 31 Drank- en Horecawet (vanaf 1 juli 2021 artikel 31 Alcoholwet) dient een vergunning te worden ingetrokken als zich in de inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. Leidinggevenden van het betreffende horecabedrijf zijn dan op grond van artikel 5, eerste lid van het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet (vanaf 1 juli 2021 Alcoholwet) gedurende de eerstvolgende vijf jaar niet meer gerechtigd op te treden als leidinggevende in een horecabedrijf. Intrekking van de vergunning is een definitieve situatie. De vergunning wordt in beginsel alleen ingetrokken als de ondernemer mede schuldig is aan de drugshandel. Er moet dus sprake zijn van verwijtbaarheid aan de kant van de ondernemer. De maatregelen die kunnen worden genomen bij of krachtens de Drank- en Horecawet (vanaf 1 juli 2021 Alcoholwet) en de Algemene Plaatselijke Verordening, kunnen worden toegepast naast de maatregelen op grond van de regeling van artikel 13b Opiumwet en vice versa.
Na traject en Wet Victor
Bij afloop van de sluitingstermijn vindt in overleg met de eigenaar en bewoners een overdracht van de woning plaats. Is er ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare orde dan komt de betreffende woning in aanmerking voor een verlenging van de duur van de sluiting. De betrokkenen worden bij mogelijke verlenging opnieuw gehoord.
Soms is sluiting niet voldoende en zijn aanvullende maatregelen nodig om de leefbaarheid rond het gesloten pand te herstellen. De Wet Victor regelt het natraject van onder andere een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. De Wet Victor maakt het mogelijk om het beheer van een pand over te nemen (artikel 13b Woningwet) en daarna eventueel te onteigenen (artikel 77 Onteigeningswet). Het besluit tot beheer wordt genomen door het college van burgemeester en wethouders.
Sluiting inschrijven in openbare registers op grond van WKBP
Met het inwerkingtreden van de wet Victor is een bepaling toegevoegd aan de artikelen 13b Opiumwet en 174a Gemeentewet. Sluiting van een pand op grond van één van deze artikelen moet nu zo spoedig mogelijk worden ingeschreven in de betreffende openbare registers, conform artikel 3:16 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 3, eerste lid van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Artikel 3:24 Burgerlijk Wetboek, waarin de koper beschermd wordt tegen onvolledigheid in de registers, is echter niet van toepassing. Ook als verder geen gebruik zal worden gemaakt van het instrumentarium van de wet Victor, moeten sluitingen dus wel worden ingeschreven in de registers. In het Burgerlijk Wetboek is een bepaling opgenomen op basis waarvan men een huurovereenkomst kan ontbinden, wanneer een pand gesloten is geweest op grond van artikel 13b Opiumwet of 174a Gemeentewet.
Artikel 3.2
Begrippen en uitgangspunten
Onderdeel van Beleidsnota artikel 13b Opiumwet, gemeente Vlissingen