Naar hoofdinhoud

Artikel 3.5.3.

Verzwarende omstandigheden

Onderdeel van Beleidsnota artikel 13b Opiumwet, gemeente Vlissingen

Lokale feiten en omstandigheden kunnen aanleiding geven om af te wijken. De belangrijkste feiten en omstandigheden die kunnen worden aangemerkt als verzwarende omstandigheden, staan in onderstaande indicatorenlijst vermeld. De indicatorenlijst heeft een alternatief en geen cumulatief karakter. Ook op basis van enkele indicatoren kan worden aangetoond dat er verzwarende omstandigheden zijn. De indicatorenlijst is nadrukkelijk een hulpmiddel. Voor toepassing van de maatregel moet uiteraard altijd eerst gekeken worden of voldaan wordt aan de criteria van artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid. Aan de afweging om af te wijken spelen onder meer de volgende indicatoren een rol: de aangetroffen hoeveelheid middelen; de mate van professionaliteit: wordt afgemeten aan de aanwezigheid van attributen in het lokaal die wijzen op regelmatige handel in verdovende middelen, zoals de aanwezigheid van weegschalen, grote hoeveelheden cash geld, verpakkings- en versnijdingsmaterialen en/of overige attributen die wijzen op beroeps- of bedrijfsmatige teelt zoals assimilatielampen; de mate waarin de woning betrokken is geweest bij (eerdere) handel in verdovende middelen; er is sprake van gewelds- of openbare orde delicten; er is sprake van verboden wapenbezit en/of aanwezigheid van verboden wapens als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie; er is een vermoeden van betrokkenheid van de eigenaar/bewoner(s)/betrokkene(n); er is een vermoeden dat de eigenaar/bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten t.a.v. de Opiumwet en/of de Wet Wapens en Munitie en/of antecedenten op het gebied van geweld tegen personen of zaken, bedreiging of diefstal en dergelijke; er is sprake van recidive bij de eigenaar/bewoner(s)/betrokkene(n), daaronder in ieder geval begrepen eerdere overtredingen van de Opiumwet en/of eerdere sluiting van eigendommen op grond van artikel 13b Opiumwet; er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld op Lijst I en II Opiumwet en/of (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) ex artikel 10a, eerste lid, onder 3°, en/of 11a van de Opiumwet de mate van gevaarzetting en de risico’s voor de bewoners, omwonenden en/of de omgeving; de mate van overlast; de aannemelijkheid dat de woning niet overeenkomstig de woonfunctie wordt gebruikt; de aannemelijkheid dat behalve de woning en/of het lokaal of bijbehorende erf, nog een of meer andere locaties zijn betrokken bij de drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt; overige feiten en omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband[7]. 3.5.4. Bijzondere omstandigheden Bij een besluit of hij tot sluiting van de woning overgaat, zal de burgemeester alle betrokken belangen afwegen. In geval van uitzonderlijke omstandigheden zal gebruik gemaakt worden van de afwijkingsbevoegdheid ingevolge artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht. De Raad van State heeft in ECLI:NL:RVS:2019:2912 [8] via een zogenoemde overzichtsuitspraak meer duidelijkheid gegeven over de manier waarop zij als hoogste bestuursrechter besluiten van de burgemeester over het sluiten van woningen toetst. De volgende omstandigheden kunnen hierbij een rol spelen. Bij medische omstandigheden of minderjarige kinderen, zijn de gevolgen van een sluiting voor de bewoners extra zwaar. Bijvoorbeeld als de betrokkene een bijzondere binding heeft met de woning, bijvoorbeeld om medische redenen. Dat wil overigens niet zeggen dat de burgemeester een woning in zo’n geval niet mag sluiten. Als de bewoners bijvoorbeeld zelf actief betrokken zijn bij drugshandel en er grote drugshoeveelheden worden gevonden, dan kan woningsluiting ook onder deze omstandigheden op zijn plaats zijn. Voor de beoordeling van een geringe overschrijding van de handelsvoorraad voor bijvoorbeeld medicinale doeleinden heeft de Raad van State in haar uitspraak ECLI:NL:RVS:2018:738 een kader gegeven. Dan moet betrokkene een helder en consistent betoog hebben over zijn eigen gebruik dat een geringe overschrijding van 0,5 g grens vanwege dat gebruik aannemelijk maakt, geen andere zaken in het pand zijn aangetroffen die wijzen op drugshandel en niet is gebleken van andere relevante feiten en omstandigheden, in de regel worden geoordeeld dat het tegendeel aannemelijk is gemaakt en er geen bevoegdheid bestaat om een last onder bestuursdwang op te leggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel